|
||
|
||
|
2 5 - 0 5 - 2 0 0 5 Een inventarisatie van de kwaliteit van illegaal verhandelde dopinggeduide middelen en de gezondheidsrisico’s bij gebruik
O. de Hon & R. van Kleij Trends onder de gebruikers
Het komt binnen de grootstste groep van de bescheiden gebruikers steeds vaker voor dat iemand bij een eerste kuur al besluit om een combinatie van verschillende anabolen te nemen; het uitproberen van één steroïde komt steeds minder voor. Trends in de anabolenhandel
Er hebben zich in de handel van illegale dopingmiddelen de afgelopen jaren enkele personele veranderingen voorgedaan. De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft enkele grote handelaren opgepakt, en daarnaast is er een handelaar overleden. Deze posities zijn echter weer ingevuld door andere personen. Dit heeft de opzet van de handel in Nederland dan ook niet veel veranderd.
Er zijn, net als in 1998, enkele grote aanvoerlijnen waarna de producten per regio worden verdeeld door tussenhandelaren. De uiteindelijke verkoop aan de gebruikers vindt plaats door eindhandelaren. Dit is een typering die in grote lijnen opgaat, al kunnen de verschillende handelsniveaus ook door elkaar lopen. Zo komt het voor dat tussenhandelaren in individuele gevallen ook rechtstreeks aan gebruikers verkopen. Al met al is de opzet van de handel grotendeels gelijk gebleven in de afgelopen zes jaar.
Op het niveau van de aanvoerlijnen vindt steeds meer een vermenging plaats van de handel in doping met overige illegale activiteiten. Dit geldt met name voor de handel in drugs, maar in mindere mate geldt dit ook voor de wapen-, en mensenhandel. De tussenhandelaren en eindhandelaren hebben hier meestal niets mee te maken, en wensen hiermee ook niet geassocieerd te worden. Zij hebben in veel gevallen een sportgerelateerde legale baan, zoals personal trainer, eigenaar van een fitnesswinkel of verkoper van voedingssupplementen.
Dit geldt echter niet voor alle handelaren. Er zijn aanwijzingen dat er de afgelopen jaren een tweedeling is ontstaan op het niveau van de handelaren. De ene groep, die kan worden aangeduid als “de traditionele handelaren”, heeft van oudsher een hart voor de (cosmetische) sport. Zij trainen zelf ook en combineren de verkoop van dopingmiddelen met het geven van adviezen op het gebied van voeding en training. Daarnaast zijn zij over het algemeen oprecht geïnteresseerd in de trainingsvoortgang van hun cliënten.
De laatste jaren is echter een nieuw soort handelaar in opkomst. Meerdere geïnterviewden stelden dat deze “nieuwe handelaren” uitsluitend geïnteresseerd zijn in het verdienen van geld en vrijwel geen sportschoolachtergrond hebben. Dit is de meeste cosmetische sporters een doorn in het oog, want door deze groep handelaren wordt er veel doping van slechte kwaliteit verkocht. De “nieuwe handelaren” zouden de verkoop van dopingmiddelen (vaak in pilvorm) bovendien vaak combineren met de verkoop van drugs.
De klanten van deze nieuwe handelaren zijn met name jongere sporters, waarmee deze tweedeling in handelaren ook doorgetrokken kan worden naar een tweedeling in gebruikers op basis van de leeftijd, grofweg in 15-25 jarigen en de 25-plussers. De vermenging van de dopinghandel met overige illegale activiteiten heeft ook geleid tot een verharding in het dopingwereldje.
De handel in doping wordt vaak omschreven als een aanbodgestuurde markt: de producten die op een bepaald moment beschikbaar zijn, worden aangeprezen en verkocht totdat een nieuwe partij op de markt opduikt. Dit is te zien door trends in de verzoeken tot informatie aan de Doping Infolijn of bij andere sleutelpersonen: dan weer is Naposim (een Roemeense vorm van methandiënon) populair; enkele maanden later is dit testoviron (een testosteronpreparaat). Dit lijkt vooralsnog niet te veranderen onder de invloed van het internet. Handel via internetsites
In het kader van dit onderzoek is de proef op de som genomen en is geprobeerd om dopinggeduide middelen te bestellen via internet. Slechts in vier van de achttien pogingen was dit succesvol. Dit lage succespercentage (22%) komt wellicht door de conservatieve betalingsmanier waarvoor is gekozen: alleen sites waar met een beveiligde creditcard-optie betaald kon worden, werden als betrouwbaar genoeg ingeschat.
De meeste verkoopsites hebben deze optie niet, en vragen vooraf aan de levering betaling, hetzij cash per aangetekende post, hetzij via een “money transfer” zoals Western Union, hetzij via internet cashdiensten zoals Evocash.
Een belangrijk verschil tussen internethandel en de “traditionele” handel, is de prijs waarvoor de middelen te koop zijn. Vaak is internet duurder, maar voor wie doorzoekt kunnen de prijzen best meevallen. Wat opvalt is dat de prijs op de verschillende internetbronnen zeer fluctueert. Om een voorbeeld te geven: 50 tabletten stanozolol (10 mg), die bij de traditionele handel ongeveer €30,- zou moeten opbrengen, zijn op internet te bestellen voor bedragen tussen de €20,- en de €220,- (exclusief verzendkosten).
Gesteld kan worden dat internet vooral gezien kan worden als een grote bron van informatie, waarbij de internetbezoekers ook zelf terdege beseffen dat niet alle informatie die gelezen wordt daadwerkelijk waar is. Internet is geen betrouwbare aanvoerlijn van dopingmiddelen, maar er zijn wel degelijk bedrijven en bedrijfjes die na beveiligde creditcard-betalingen dopinggeduide middelen kunnen leveren, en dit hoeft niet veel duurder te zijn dan de traditionele handel. Via internet kan ook contact worden gelegd met handelaren, waarna de transactie zelf alsnog “oog in oog” plaatsvindt. Aandeel vervalsingen op de zwarte markt
A: correcte dosis van de juiste stof; B1: juiste stof, ondergedoseerd; B2: juiste stof, overgedoseerd; C1: foute stof, ondergedoseerd; C2: foute stof, overgedoseerd; D: bevat helemaal niks.
De kwaliteit van de preparaten op de zwarte markt stabiel
Het percentage vervalsingen op de zwarte markt is hoog, maar lager dan in eerdere onderzoeken is genoemd. Koert & Van Kleij (1998) schatten het percentage vervalsingen op basis van interviews op 60-70%; Oldersma en collega’s (2002) verhoogden het maximale percentage tot 80%. De in dit onderzoek uitgevoerde analyses laten een ander beeld zien met een gemiddeld percentage van 57%. Door gebruik te maken van de resultaten van de in het verleden door de IGZ uitgevoerde analyses kan bovendien terug worden gekeken in de tijd. Gezien de resultaten van deze analyses is 50-60% een reëlere schatting van het percentage vervalsingen.
In 24% van alle gevallen bevat het product een andere, maar vergelijkbare stof dan aangegeven op de verpakking (categorie B). Meestal gaat dit om nandrolon of (methyl)testosteron in plaats van de gedeclareerde minder gangbare anabole steroïden zoals oxandrolon, trenbolon of drostanolon. In twee gevallen ging het om humaan groeihormoon in plaats van synthetisch somatotropine. De verklaring voor deze verwisseling van ingrediënten ligt voor de hand: de gebruikte stoffen zijn goedkoper dan de stoffen die gedeclareerd staan. In zeven procent van de gevallen is er geen enkele werkzame stof aangetroffen in de producten. Vanwege budgettaire beperkingen is er geen nader onderzoek verricht naar de stoffen die dan wel deel uitmaken van de tabletten of injectievloeistoffen. Vroegere bevindingen waarbij zelfs autolak is gevonden als vulmiddel kunnen dus niet bevestigd worden. Case: Sledgehammer maakt slachtoffers in Nederland
Een bedrijf zal vervalsingen voornamelijk om economische motieven op de markt brengen, maar op wat voor manier de vervalsingen worden gemaakt, verschilt sterk. In de meeste gevallen zal het aantrekkelijk zijn om minder dan de gedeclareerde hoeveelheid in een verpakking te stoppen, maar vanuit marketingoverwegingen kan het ook handig zijn om een hoge dosering van een zeer werkzame stof in een product te doen. Zo is in 2003 een supplement uit de Nederlandse handel gehaald omdat het ontoelaatbare hoeveelheden cafeïne bevatte. De firma “Sledgehammer” maakte het helemaal bont, en stopte in hun prohormonen een hoeveelheid methandiënone die niet zou misstaan in een willekeurige anabolenkuur (15 mg per capsule, met als aanbeveling drie capsules per dag te nemen). Ook op de Doping Infolijn meldde zich een slachtoffer van dit bedrijf, nadat hij binnen drie dagen twee keer in het ziekenhuis was geweest voor controles na het innemen van één bruistablet. De firma Sledgehammer, opererend vanaf het eiland Man met een website die in Bosnië- Herzegovina werd beheerd, is inmiddels door de politie gesloten. Het slachtoffer: “En de site zag er zo betrouwbaar uit”. Verschil tussen ‘vroeger’ en ‘nu’
Om een historische vergelijking te kunnen maken, zijn ten behoeve van dit onderzoek 98 analyseresultaten uit 1998 opnieuw bekeken. Het betreft analyses die uitgevoerd zijn door het toenmalige NIDDR te Utrecht. Het NIDDR heeft in de jaren ’90 veel dopingonderzoek gedaan, onder andere naar de authenticiteit van dopingmiddelen. De manier waarop deze middelen werden verkregen, verschilde echter enigszins met de wijze waarop de IGZ beslag legt op middelen. Het NIDDR kreeg deze middelen ofwel van de toenmalige Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) ofwel via artsen die producten wilden laten onderzoeken. De analyses betroffen vrijwel uitsluitend anabole steroïden, en richtten zich alleen op de soort stof die de preparaten bevatten; er werd niet gekeken naar de doseringen. Dit betekent dat de categorieën A, B1 en B2, zoals deze in de vorige paragraaf zijn geïntroduceerd, samen moeten worden genomen en dat er geen onderscheid kan worden gemaakt in de categorieën C1 of C2.
Het percentage producten dat daadwerkelijk de gedeclareerde stof bevatte is vergelijkbaar tussen deze twee bronnen (73% tegenover 69%). Het percentage producten dat een andere, vergelijkbare stof bevatte is bij de NIDDR-resultaten veel lager (9% tegenover 24%; ook in 1998 betrof dit met name nandrolon en methyltestosteron als “vervangers”), terwijl het aantal producten dat geen detecteerbare hoeveelheid werkzame stof bevatte juist hoger was (17% tegenover 7%). Hoewel het verkrijgen van de producten anders verliep, en een echte vergelijking dus niet gemaakt kan worden, lijkt het er op dat de zwarte markt in de loop der jaren meer producten is gaan omvatten die in ieder geval een lichte anabole werking hebben. Doordat bij de NIDDR-analyses geen kwantificering van de gevonden stoffen heeft plaatsgevonden, is het niet mogelijk om een uitspraak te doen over het totale aantal vervalsingen onder die producten; wel is het duidelijk dat 31% in ieder geval vals was. Hoe slecht zijn anabolen op internet?
De acht producten die we via het internet bestelden kunnen geenszins als representatief gezien worden voor de internetmarkt; daarvoor is het aantal niet toereikend. Toch is het opvallend dat vier van de acht producten, besteld bij vier verschillende internetsites, allemaal een hogere dosering leveren dan aangegeven. De testresultaten zie je hier.
Het blijft speculeren, maar wellicht is het voor bepaalde internethandelaren aantrekkelijk om dit bij de eerste bestelling van nieuwe klanten te doen. De hogere doseringen zullen immers hoogstwaarschijnlijk tot een behoorlijke toename van de spiermassa leiden. Mogelijkheid om middelen te laten testen
Ongeacht het illegale karakter van doping, zou het volgens vele geïnterviewden mogelijk moeten zijn om de middelen die zij wensen te gebruiken te laten testen of er inderdaad de gedeclareerde stof in de genoemde dosering in zit. Zij begrijpen niet dat bezoekers van dansfeesten wel XTC-pillen kunnen laten testen, terwijl de sporters hun plezier misgund wordt. Dit zou ook een betaalde service kunnen zijn. Het testen van illegale middelen is een interessant fenomeen, omdat door deze activiteit de indruk kan worden gewekt dat het gebruik van de middelen zelf wordt geaccepteerd en dat daarmee de illegale handel deels in stand wordt gehouden. Er is hier een precedent, te weten het Drugs Informatie en Monitoring Systeem (DIMS) van het Trimbos-instituut. In het kader van DIMS wordt op de locatie waar XTC-pillen en andere drugs worden gebruikt de mogelijkheid geboden om de kwaliteit van de drugs te laten testen. Dit systeem bestaat sinds 1992 en heeft voor- en nadelen. Bij een geslaagde test weet de onderzoeker dat de potentiële gebruiker het middel hoogstwaarschijnlijk inderdaad zal innemen. In die zin werkt het systeem mee aan risicovol gedrag. Tegelijkertijd voorkomt het systeem dat er vervalsingen worden gebruikt, wat juist gezondheidswinst oplevert. Bovendien biedt een dusdanige testfaciliteit de mogelijkheid om oog-in-oog voorlichting te geven aan de doelgroep. De rapportages van het Trimbosinstituut geven daarnaast aan dat het aantal werkzame XTC-pillen op de zwarte markt toeneemt. In de laatste rapportage, over 2003, bleek het percentage XTC-pillen dat geen werkzame stof bevatte te liggen rond de drie procent, terwijl dit in het verleden op 35% heeft gelegen (Bouma e.a., 2004). Dit suggereert dat het testen van illegale middelen kan bijdragen aan het beperken van de (ervaren) gezondheidsschade onder gebruikers (“harm reduction”). Het is echter de vraag of het beleidsterrein rondom recreatieve drugs in dit verband vergelijkbaar is met dat van illegale dopingmiddelen. De doelgroepen zelf overlappen elkaar slechts in lichte mate en bovendien is de ernst en de omvang van de ervaren gezondheidsschade als gevolg van drugsgebruik aanzienlijk beter in kaart gebracht dan die van dopinggebruik.
|
|
|