|
||
|
||
|
1 9 - 0 2 - 2 0 0 8
De onderzoekers verdeelden hun vrouwen om te beginnen in twee grote groepen: de ene groep had veel, de andere weinig vitamine D in hun bloed. Vervolgens zetten de onderzoekers vrouwen in beide groepen op twee verschillende soorten dieet. Het ene dieet bevatte vooral groenten en fruit en leverde niet dagelijks drie microgram vitamine D, het andere dieet bevatte vooral granen [in de vorm van speciale repen uit de fabrieken van sponsor Kellogg Espana - red.] en leverde zes tot zeven microgram vitamine D per dag. Hoewel de zuivelindustrie om begrijpelijke redenen veel opheeft met de theorie dat calcium vetzucht afremt door vitamine D in het lichaam te blokkeren, vinden andere onderzoekers juist aanwijzingen dat een wat hogere vitamine D-spiegel de kans op vetzucht juist vermindert. Die aanwijzingen waren de aanleiding voor het Spaanse onderzoek. Hieronder zie je wat er gedurende twee weken gebeurde met de afslankende vrouwen. Alle groepen kregen ongeveer evenveel kilocalorieen binnen.
Hierboven zie je de gegevens van de vrouwen met weinig vitamine D [= 25(OH)D - red.] in hun bloed. Er gebeurt weinig
schokkends. Dat is hieronder, in de tabel met de gegevens van de vrouwen met veel vitamine D in hun bloed, anders.
"The present results, although they have been obtained in a small sample size and in a short period of time, suggest
that women with a better vitamin D status respond more positively to hypocaloric diets and lose more body fat",
besluiten de onderzoekers. 0 5 - 0 2 - 2 0 0 8
De Spanjaarden haalden vetcellen uit twintig dikke mensen die een maagverkleining ondergingen. Ze lieten de vetcellen in reageerbuizen ronddobberen in serum met daarin welgeteld 1 micromol DHEA. Andere vetcellen dobberden rond in serum zonder DHEA. Twee uur en een etmaal nadat de onderzoekers de cellen in hun reageerbuizen stopten maten ze hoeveel vetzuren uit de vetcellen kwamen. Dat maten ze aan de hand van de hoeveelheid glycerol die de vetcellen afgaven. Glycerol is het skelet van vet. Aan glycerol zitten drie vetzuren vast. Hieronder zie je op de voorgrond hoeveel glycerol de onderhuidse vetcellen van twee uur vrijgaven. Op de achtergrond zie je de release van glycerol na een etmaal.
De onderzoekers zien hun waarneming allereerst als een bevestiging dat DHEA inderdaad een factor is in het
ontstaan van vetlagen. DHEA remt het ontstaan van vetdepots.
|
|
|