|
||
|
|
||
|
1 5 - 1 2 - 2 0 0 3 Juichende ribosestudie rammelt oorverdovend
Ribose maakt krachtsporters sterker. Dat zeggen onderzoekers van de University of Florida die negentien amateurbodybuilders het energiesupplement gaven. Klinkt goed. Klopt niet.
De onderzoekers geven 19 bodybuilders, die op zijn minst drie jaar hadden getraind, dagelijks tien gram ribose: vijf gram een half uur voor, en vijf gram een half uur na de training. Het suiker, hopen de onderzoekers, helpt het lichaam van de sporters de energiemoleculen ATP, ADP en AMP te regenereren en versnelt daarmee de vooruitgang.
De onderzoekers ondervragen de proefpersonen over hun dieet. Voor en na de vier weken bepalen ze de kracht van de proefpersonen door ze hun eigen lichaamsgewicht te laten bankdrukken. Dat gebeurt in drie sets, achter elkaar met tussenpozen van een minuut. De onderzoekers tellen daarna het aantal reps bij elkaar op. Ook bepalen ze het maximale gewicht waarmee de proefpersonen kunnen bankdrukken, en nog net een enkele rep mee kunnen maken - de 1-RM. Tenslotte bepalen ze hoeveel vet en spier de proefpersonen hebben.
Uitgemaakte zaak De proef toont aan dat ribose werkt, zeggen de onderzoekers. De ribosegroep boekte een significant grotere vooruitgang met het aantal reps dat ze konden maken, schrijven ze. De vooruitgang van de ribosegroep was 19.6 procent, die van de placebogroep 12.0 procent. De placebogroep ging niet significant vooruit.
Met de 1-RM gebeurt hetzelfde. De ribosegroep verlegt zijn piek met 3.2 procent naar boven, de placebogroep slechts met 1.7 procent.
Uitgemaakte zaak, zou je denken. Ribose werkt. Maar als je goed naar de data kijkt, dan zie je dat die cijfers bedrieglijk zijn.
Controle- en ribosegroep verschillen De figuur hieronder vertelt je preciezer wat ribose met de prestaties van de proefpersonen doet.
Wat ten eerste opvalt is dat proefpersonen in de placebogroep beduidend sterker zijn. Voor de proef begint drukken ze gemiddeld 129.6 kilo. De placebogroep komt niet verder dan 114.1 kilo.
De placebosporters verleggen hun piek met 2.2 kilo naar boven. De ribosesporters verleggen hun piek met 3.6 kilo.
Wat is moeilijker? Van 114 kilo naar 118 gaan? Of van 130 naar 132? Ik zou het niet weten. De placebogroep ging weliswaar een dikke kilo minder vooruit, maar dat zegt niet zoveel. Bij elke stap vooruitgang die je boekt wordt het moeilijker om nog een stap verder te gaan. Je gaat makkelijker van 110 naar 112 dan van 120 naar 122. Maar daar houden de onderzoekers geen rekening mee. Voor hen zijn beide groepen sporters aan elkaar gelijk.
Hetzelfde speelt bij de bepaling van het aantal reps. De ribosegroep boekt een vooruitgang van 4.8 reps. De controlegroep gaat 4.2 reps vooruit.
Beide groepen zijn niet aan elkaar gelijk. De ribose-groep was - tenminste, daar lijkt het op - niet zo ver gevorderd als de placebogroep. Een aanwijzing daarvoor levert het lichaamsgewicht van de proefpersonen. De controlegroep weegt gemiddeld 93 kilo. De ribosegroep weegt gemiddeld 88 kilo.
Lichaamssamenstelling Zeven van de negentien proefpersonen hebben zich niet laten opmeten. Waarom precies wordt niet duidelijk. De resultaten van de twaalf resterende proefpersonen staan hieronder. De ribosegroep moest 0.4 kilo aan vetvrije massa inleveren, de controlegroep won 1.1 kilo.
Voeding Analyse van de voedingsinterviews brengt iets merkwaardigs aan het licht. De inname van de hoeveelheid eiwit per kilo lichaamsgewicht verschilt. Bij de ribosegroep ligt die op 1.43 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht per dag, bij de controlegroep op 1.26.
Waarom hebben de onderzoekers een publicatie geschreven waar zoveel mee mis is? Het antwoord staat onderaan het artikel. De studie is betaald door Bioenergy uit Minneapolis.
Bioenergy bestaat sinds 1995. Sinds de start van het bedrijf was ribose het belangrijkste product.
1. Mark Reilly.
Bioenergy Seeking $10M for Joint Venture
The Business Journal, 26-3-2001.
|
|
|