|
1 8 - 0 4 - 2 0 0 2
Op de Olympische Spelen gebruikt iedereen
Maak je geen illusies. Praktisch iedereen op de Olympische Spelen gebruikt verboden middelen.
De atleten hebben manieren gevonden om de dopingtests te ontlopen. Dat schrijft de gewezen trainer
van Ben Johnson, Charlie Francis, in Testosterone Magazine. Schokkend?
Allerminst. Volgens Francis is het nooit anders geweest.
In zijn artikel beschrijft Francis in een vogelvlucht de geschiedenis van de doping. Veel van wat hij vertelt is
nooit ergens opgeschreven. Het komt uit insidebronnen. Hoewel niet helemaal duidelijk is of alles wat
Francis vertelt ook klopt - het verhaal over Nazi-experimenten met testosteron lijkt ons bijvoorbeeld discutabel -
toch is dit uniek materiaal. Hieronder hebben we de belangrijkste punten uit
Francis' betoog samengevat.
|
Periode |
Doping |
|
Oude Grieken, 800 voor Christus |
Testikels van schapen, colaplanten, stimulantia uit cactussen, de schimmel amanita muscaria.
Succes varieert. |
|
Negentiende eeuw; eerste wedstrijdsporters |
Cafeine, in ether gedoopte suikerklontjes, Vin Mariani (wijn met coke), codeine en strychnine. Het
laatste middel is in niet-dodelijke doseringen opwekkendl. De Amerikaanse marathonloper Thomas Hicks
stierf bijna toen hij in 1904 niet tegen de combinatie van coke en rattengif bleek te kunnen. |
|
Tussen de wereldoorlogen |
Sprinters beginnen nitroglycerine te gebruiken om de vaten te verwijden. Later benzedrine. De hardloper
Paavo Nurmi zou orale testosteronprepraten hebben gebruikt - in 1920. Het middel heette Rejuvin. De Duitse sporters
beginnen in de Nazitijd testosteron te spuiten. |
|
Na de tweede wereldoorlog |
Russische sporters gebruiken testosteron. Dat hebben ze geleerd van Duitse artsen, die na de oorlog in
de handen van de Russen zijn gevallen. |
|
Na 1955 |
De Amerikanen ontwikkelen dianabol. In de vroege jaren zestig zetten coaches schalen vol pillen
op de ontbijttafel van de sporters, die de blauwe glacees over hun cornflakes strooien. Het middel wordt
wereldwijd snel populair. |
|
1968 |
De WHO protesteert in 1968 als de organisatie merkt dat artsen in sommige Derde Wereldlanden het anabool voor
menstruatieklachten en ondervoeding voorschrijven. Waarschijnlijk gaat het om atleten, die zoeken naar een
excuus om aan de spierversterker te komen: het gebeurt vooral in Kenia en Jamaica, landen die het enkele
jaren later steeds beter zullen doen op de Spelen. |
|
1972 |
De dopingjagers komen in de sport. Insiders weten dat iedereen gebruikt, dus de jagers moeten
iemand betrappen. Dat wordt de Amerikaanse astmapatiënt en zwemmer Rick de Mont, die efedrine gebruikt.
Hij heeft een bewijs van de dokter maar de dopingjagers raken het kwijt. Pas dertig jaar later herstellen
ze De Mont in ere. |
|
Na 1968 |
Het communistische anabolenprogramma's beginnen. Bij de Russen is de begindosis 35 milligram dianabol per dag, maar
de sportartsen ontdekken al snel dat de androgeenreceptoren 'dichtslaan' als de hormoonspiegels lange tijd achtereen
zijn verhoogd. Dan moet je of de doseringen verhogen, of het gebruik be-eindigen, of een ander middel gebruiken,
of middelen toevoegen. De Russen komen er niet uit en houden het er maar op dat atleten op een gegeven moment
'hun piekjaar' bereiken, en dus anabolen moeten gebruiken, en daarna weer een tijd minder presteren - lees: clean zijn.
De Oost-Duitsers gaan anders te werk. Ze stellen een optimale dosis van orale anabolen op 0,125 milligram per kilo
lichaamsgewicht, maar beginnen lager. Ze werken toe naar de optimale dosering in kuurtjes van vier tot zes weken.
Daardoor slaan de androgeenreceptoren niet dicht. Elk kuurtje stijgt de dosering. Op een jaar gebruiken de sporters
24 weken, de rest van de tijd niet.
Vrouwen gebruiken maximaal 5 milligram per dag. Weinig volgens de huidige standaards, maar toen genoeg om wedstrijden
te winnen.
In de jaren zeventig beginnen de Oost-Duitsers te experimenteren met groeihormoon. Wat er toen precies is gebeurd is
onduidelijk omdat de papieren zijn vernietigd. Waarschijnlijk is toen groeihormoon uit varkens gebruikt. De
Oost-Duitse overheid beeindigde in ieder geval het experiment en deed nooit meer iets met GH. Er was geen geld
om humaan hormoon te kopen. |
|
De jaren tachtig |
Ook de Amerikaanse sporters gebruiken - en nog meer dan de Oost-Duitsers. Een groep vrouwelijke sprinters gebruikt
in 1984 15 milligram dianabol en 10 milligram anavar per dag, en 100 milligram testosteron per week. De bijwerkingen zijn
ernstig. Per jaar stopten deze atleten twaalf keer zoveel hormonen in hun lichaam als de Oost-Duitsers.
|
|
|
1988 |
Dopingjagers pakken Ben Johnson. Onterecht, stelt Francis. Afgaande op de resultaten zou Johnson pal voor de test
stanozolol gebruikt moeten hebben - en dat had hij niet. De dopingjagers waren er waarschijnlijk op uit om een
voorbeeld te stellen. Ondertussen slagen dopingjagers er in met hun steeds gevoeliger apparatuur het injecteerbare
Winstrol V nog dertien maanden na gebruik aantonen. De Russen stappen dan over op het sneller afbreekbare Winstrol IV.
De rest slikt liever pillen. Daarvan is na twee weken geen spoor meer te bekennen. Als in 1993 de testmethoden weer
een stukje gevoeliger worden, regent het positieven. Eventjes.
|
|
1989 |
Dopingjagers slagen erin anavar op te sporen. Tot dan kon dat niet. Nu is gebruik tot twee weken na de laatste
pil nog aan te tonen.
|
|
De jaren negentig |
Aanvankelijk kunnen sporters de anabolentesten omzeilen door middelen als probenecid en defend te gebruiken. Later
niet meer. Sporters grijpen dan naar het anabool miboleron dat tot 1992 al na vier uur niet meer is aan te tonen.
Sporters gebruiken het 's avonds en laten dopingjagers voor een gesloten deur staan. Pas 's morgens melden ze
zich voor controle. Nadeel van het middel is echter dat het de eigen hormoon productie vermindert.
Onbekende anabolen, waarvoor de testers nog geen instrumenten hebben, worden steeds populairder. Op de Spelen van
Sydney vinden dopingjagers bijvoorbeeld een nog onbekende stof: genabol alias norboleton. Tegen de tijd dat de tests
klaar zijn hebben de atleten weer andere middelen ontdekt. Undergroundlabs ontwikkelen aan het einde van de jaren
negentig de ene nieuwe designersteroide na de andere.
|
|
2000 |
Om een idee te geven hoe sprinters anno 2000 gebruiken, geeft Francis een voorbeeld dat een loslippige atleet
hem heeft ingefluisterd. Mannelijke sprinters gebruiken 12 weken lang anavar en halotestin. Dat laatste
middel via patches. Daarbij komt groeihormoon: drie maal per week een injectie van 2,5 eenheden. Verder injecties
met de energiefosfaten ATP en AMP, drie keer per week anderhalve eenheid insuline en, last but not least, EPO.
|
|
Dopingvrije Spelen, zegt Francis, bestaan niet. Al vijftig jaar geleden waren de recordprestaties zo hoog dat
een mens ze zonder hulpmiddelen niet meer kon bereiken. Laat staan nu.
Charlie Francis.
Anabolic Athletes - A Brief History of Drugs in Sports.
Testosterone Magazine nr. 180, 26-10-2001.
[Link]
|
|
|