Gilles Goetghebuer,
hoofdredacteur « Sport et Vie»
Hoorzitting van 3 december 2003
Doping maakt minder slachtoffers maakt dan
andere plagen die even gevaarlijk zijn voor de gezondheid.
De literatuur vermeldt tussen 100 en 200 gewelddadige
sterfgevallen door doping sinds het ontstaan
ervan. De niet-opgetekende gevallen zijn misschien
tien- of honderdmaal talrijker. Bij die cijfers moet
men dan nog al wie sterft of ziek wordt door de
bijwerkingen van doping voegen. Maar zelfs met
10 000 of 100 000 slachtoffers in een eeuw, komt
doping nog niet in de buurt van de andere bedreigingen
van de gezondheid. Er vallen meer slachtoffers op
onze wegen tijdens een Pinksterweekend.
De andere reden om doping te bestrijden lijkt
me heel wat subtieler en veel realistischer.
Men dient goed te
beseffen dat we het vandaag hebben over producten
waarmee men sneller of langer kan lopen. Morgen
worden we geconfronteerd met therapieen waarmee
heel fijn kan worden ingewerkt op het geheugen, de
aandacht in de klas, de slaap, de groei, enzovoort. De
geneeskunde voorziet zich steeds duidelijker van
middelen om ons te veranderen. Aanvaarden wij dat
toekomstbeeld? Leggen wij er voorwaarden voor op ?
Welke? Dat zijn de vragen die doping nu reeds doet
rijzen.
M. Willekens
hoofdinspecteur Lokale Politie
van de politiezone KENO
Hoorzitting van 14 januari 2004
Ik wil eerst schetsten hoe
ik als politieman in de strijd tegen doping ben
«ingerold».
In de Noorderkempen stond ik vroeger aan de leiding
van een drugssectie. In de jaren tachtig, toen
bodybuilding een echte mode was geworden, stelde ik
vast dat vele jonge drugsgebruikers en dealers ook
naar de fitnesscentra gingen en allerlei verboden en
niet verboden middelen slikten. Ik geef toe dat ik zelf
ook de fitnesscentra bezocht en er vele uren en dagen
trainde. Ik heb alles geslikt wat legaal was, maar bij
mij had dat weinig effect. Ik heb dan advies gevraagd
aan mijn huisarts die me zegde dat de producten die ik
had geslikt geen enkel nut hadden. Hij toonde me wel
een 30 tot 40 verpakkingen anabolica. De huisarts
had ook een amateur-fietsploeg onder zijn clienten.
Hij bood me zelfs aan die producten eens te proberen.
Een paar maanden later laat ik als politieman een
auto stoppen aan de Belgisch-Nederlandse grens. Ik
kende de persoon die ik controleerde : hij was de uitbater
van een fitnesscenter in de Zuiderkempen. In
zijn koffer zaten twee grote vuilniszakken met anabolica.
Toen is alles begonnen. Ik heb alle diensten die
betrokken waren bij de strijd opgebeld, ook het Centraal
Bureau der Opsporingen van de toenmalige
rijkswacht. Ik kreeg nergens een antwoord. Ik ben
dan zelf beginnen studeren. Uiteindelijk ben ik in
1997 gaan werken op wat nu de Centrale Dienst
Drugs van de federale politie geworden is.
Daar kreeg ik de kans om projecten te ontwikkelen
en te begeleiden. Een van de projecten die ik wou ontwikkelen
was de strijd tegen dopingproducten. Ik
dacht hierbij niet zozeer aan de sporters, maar wel
aan de jongeren in de fitnesscentra. Overigens zal het
probleem binnenkort weer opduiken: dopinggebruik
gebeurt immers in kuren. Een deel van de gebruikers
heeft geen sportieve ambities, maar wil wel tijdens het
bouwverlof ergens op een zonnig strand met een mooi
bovenlichaam pronken. De kuren beginnen dus in de
periode februari-maart; ook wij zullen dan in actie
schieten.
De praktijk leert
wel dat de markt verschoven is. Twintig jaar geleden
kon men nog bij heel veel huisartsen voorschriften
krijgen en bij veel apothekers kleine hoeveelheden
producten kopen. Dankzij het werk van de farmaceutische
inspectie is dat kanaal minder belangrijk
geworden. Er werden namelijk geneesheren op het
matje geroepen en er werden apothekers gestraft.
Heel wat jonge mensen uit mijn streek komen me
regelmatig verpakkingen tonen. Spijtig genoeg alleen
lege verpakkingen. Ik stel vast dat de jongste twee à
drie jaar nog weinig producten afkomstig zijn uit het
legale circuit, maar heel veel uit illegale circuits
komen. Vorige maand kreeg ik een verpakking met
een Russisch opschrift. Ik kon enkel de vervaldatum
ontcijferen. De maand daarvoor kwam men mij een
Australisch product tonen, Spectriol and Drive speciaal
voor racepaarden. Dat product wordt in Turnhout
in het fitnesscentrum verkocht!
R. Vancauwenberghe
Apothekerinspecteur,
Directoraat-generaal Geneesmiddelen
Hoorzitting van 14 januari 2004
Zijn er laboratoria
die dopingproducten van de jongste generatie
kunnen aanmaken, zoals tetrahydrogestrinone? Ik
geloof niet dat men daar in Europa of in Belgie¨ mee
bezig is. Het aanbod aan dopingproducten is zo groot
dat men nog altijd terugvalt op die producten die in de
dopinglijst staan. Ik beweer niet dat er geen ongekende stoffen worden gebruikt, maar ik denk niet dat
men ze in Belgie synthetiseert.
Indien ik zou
weten dat er in Europa labo’s zijn die zich daarmee
bezighouden, dan had ik dat al lang aan de politiediensten
verteld en dan hadden we ze opgerold. Zo
eenvoudig is dat. Wat ik hier zeg, is een persoonlijke
mening: ikzelf weet niet waar de crème de la crème
van de nieuwe synthese gebeurt.
Die andere vraag zou u moeten stellen aan de laboratoria
zelf. Ik ben geen chemicus en ik ben evenmin
medisch gevormd. Ik weet niet welke de beste spuitschema’s
zijn. Ik zie wel dat bij bodybuilders de
spuitschema’s altijd meer worden geperfectioneerd.
Via de combinatie van stoffen probeert men onder de
detectiegrens te blijven.
Ik vind het trouwens gevaarlijk te poneren dat
massaal nieuwe stoffen worden gesynthetiseerd. In de
Verenigde Staten is dat wel bewezen met het tetrahydrogestrinone.
Ik veronderstel dus dat men aan
research doet om nieuwe producten te ontwikkelen
die misschien kunnen worden misbruikt. U verwacht
van mij een antwoord, maar dat kan ik niet geven. Als
ik het antwoord zou weten, dan was het probleem al
opgelost.
Ik dacht dat ik
gezegd heb dat ik niet geloof dat er hier dergelijke
laboratoria bestaan, maar dat hier wel wetenschappelijk
gebeurt en dat er ook spin-offs moeten zijn.
Het gaat vaak om spin-offs van goedbedoelde
research die misbruikt wordt. Het is bijzonder
gevaarlijk om de bevolking of de politiediensten te
laten geloven dat men de schuldigen kan vatten. Wij
hebben die informatie niet, althans niet altijd.
Over internet
Enkele jaren geleden hebben we in samenwerking met
de douane meer dan 7 000 enveloppen met geneesmiddelen
uit Spanje ontdekt en in beslag genomen. In
Spanje leveren apotheken overigens zeer gemakkelijk
anabolica af zonder voorschrift. Die enveloppen
waren in Belgie¨ gepost met als bestemming de Verenigde
Staten. Her ging vooral om pijnstillers. Er
werd besteld via een telefoonnummer in de Verenigde
Staten en de betaling gebeurde via een rekening aan de
andere kant van de wereld. We hebben nooit kunnen
achterhalen wie vanuit Belgie de enveloppen heeft
verstuurd. Hieruit mag blijken hoe moeilijk het soms
is om het internet te controleren.
Wij staan echter niet volledig machteloos
tegenover het internet. Bij Economische Zaken
bestaat er een cel die het internet bewaakt.
Economische Zaken doet jaarlijks in samenwerking
met de Verenigde Staten ook een «clean-sweep» van
internetsites die ontoelaatbaar zijn. Op het vlak van
de geneesmiddelen heeft die controle tot op heden
niet veel opgeleverd.
Over anabolen
Ik meen wel te
mogen zeggen dat substanties zoals anabolica tot
nader order in elke lidstaat op voorschrift moeten
worden afgeleverd. De voorschriftplicht is evenwel
niet geharmoniseerd en wordt niet voor alle geneesmiddelen
in alle lidstaten op dezelfde manier georganiseerd.
Wij stellen vast dat bodybuilders uit Spanje terugkomen
met geneesmiddelen die zij zeker niet uit zwarte
circuits hebben gehaald, maar gewoon bij de apotheker.
Over legalisering
Het illegale
gebruik overtreft vele malen het legaal voorschrijven van anabolica
door geneesheren. Een beetje advocaat
van de duivel spelend zou ik bijna wensen dat
anabolica voor niet-therapeutische doeleinden
worden gelegaliseerd en door dokters voorgeschreven,
precies om de vuiligheid van de zwarte circuits
uit te sluiten. Daar zit immers het grote probleem van
de volksgezondheid.
Het zijn precies de enkele
geneesheren die anabolica voorschrijven als lifestyledrug,
louter om er beter uit te zien, die ons voortdurend
uitdagen om de vraag op te lossen of we anabolica
daarvoor mogen toelaten. Op die vraag moeten
politici eindelijk eens een duidelijk antwoord geven,
zowel tegenover de bevolking als voor de speurders.
Dat is het dilemma waar we
elke dag voor staan. We stoten op anabolica van
slechte kwaliteit die zwaar ondergedoseerd zijn. We
vinden stoffen met een totaal valse etikettering. In vergelijking
daarmee is de dokter die goed materiaal
voorschrijft en zijn patienten onder controle heeft,
toch beter bezig. Dat is een dilemma dat de politici
moeten oplossen.
J. Sabbe
Substituut-procureurgeneraal
bij het hof van beroep te Gent
Hoorzitting van 4 februari 2004
We hebben ontdekt dat degenen die zich
bezighouden met de aanmaak, de verdeling en de
levering van hormonale stoffen, zich voornamelijk op
twee milieus richten, enerzijds de vetmesting in de
landbouw en anderzijds het sportmilieu. Het gaat in
grote mate om dezelfde middelen, al worden ze voor
de ene filière verpakt in flacons en toegediend met
spuiten en voor de andere filière verpakt in ampullen
en kartonnen doosjes.
Het gebruik van anabolica in het sportmilieu moet
ruim worden gezien. Het gaat niet alleen om de wielrenner
of de bokser die gebruikt, maar ook om dieren
in het sportmilieu, die anabolica toegediend krijgen.
Zo richten de filières zich op de paardensport, de
duivensport, de hondenrennen en, zoals uit recent
onderzoek is gebleken, zelfs op vinkenzetting. Die
filières, ongeacht of ze zich op de sport of op de
vetmesting richten, behoren tot de georganiseerde
misdaad.
Zodra er sprake is van georganiseerde misdaad of
van personen die op grootschalige wijze dopingproducten
aanmaken of leveren, zien we linken tussen
het vetmestingsmilieu en het sportmilieu.
De heer L. Misson
Advocaat
Openbare hoorzitting van 4 februari 2004
Mevrouw de voorzitter,
dames en heren, zoals u weet ben ik advocaat bij de
balie van Luik. Als advocaat leg ik
me bijna uitsluitend toe op de sociale rechten en het
statuut van sportbeoefenaars. Ik weiger gewoonlijk
de clubs en federaties. Ik heb lange tijd dopingdossiers
geweigerd. Ik had zelfs zitting in de commissie
voor dopingbestrijding van de Franse Gemeenschap.
Ik vond dat doping ethisch verwerpelijk was, dat de
sporter die doping gebruikte andere sportlui benadeelde
en dat hij omwille van zijn gezondheid tegen
zichzelf moest worden beschermd. Ik heb mijn visie
herzien. Ik zal u uitleggen hoe ik de dopingproblematiek
nu benader.
Allereerst mag u niet alleen voortgaan op de sportberichtgeving
in de kranten. Wie enigszins vertrouwd
is met de sport weet dat dit een heel complexe wereld
is en dat de publieke opinie in het algemeen onjuist en
zelfs gewild onjuist wordt ingelicht.
Doping is eerst
en vooral een industrieel verschijnsel. Ik citeer enkele
cijfers van de Europese Commissie die in Bonn tijdens
een congres werden meegedeeld. Jaarlijks wordt op
wereldvlak voor 4 miljard dollar EPO geproduceerd,
wat overeenkomt met 160 miljard oude franken. Men
neemt aan dat 80 % van deze EPO-oceaan in de sport
terechtkomt. Daarnaast wordt 84 % van de groeihormonen
door sportbeoefenaars gebruikt.
Dopingproducten worden dus niet her en der in
kleine laboratoria geproduceerd, maar door een
moderne grootschalige industrie. De Amerikaanse
beursgenoteerde bedrijven Johnson & Johnson en
Amgen produceren dopingproducten. Het gaat om producten die een
andere bestemming krijgen dan diegene waarvoor ze
werden ontwikkeld.
De totale omzet van dopingproducten op wereldvlak
bedraagt 8 miljard euro of 320 miljard oude franken.
Het gaat dus om een gigantische markt.
In juli 2002 werd in Limburg beslag gelegd op 550
kg anabolica waarvan de waarde geschat wordt op
137 miljoen euro of 5,5 miljard oude franken. Het
gaat om de belangrijkste vangst dopingproducten
ooit in Europa. Bij doping gaat het dus zeker niet om
wat prutswerk. Op 15 januari werd in Waals-Brabant
500 kg cocaine, met een waarde van 1,5 miljard oude
franken, in beslag genomen. In ons gezegende landje
kon men dus met twee acties de hand leggen op producten
ter waarde van 7 miljard oude franken. Met
een dergelijk bedrag zou men de gemeenschappen en
het onderwijs kunnen herfinancieren...
Vervolgens is doping een verschijnsel dat slecht en
heel weinig wordt opgespoord.
Midden de jaren zestig werd in enkele Westerse
landen voor het eerst een wetgeving goedgekeurd die
doping bestraft. In Belgie¨ was dat in 1965. In 1967
stierf ook Tom Simpson. In het begin was één derde
van de antidopingcontroles positief. Uit de recentste
cijfers blijkt dat op dit ogenblik jaarlijks 130 000 antidopingcontroles
plaatsvinden die samen 65 miljoen
dollar kosten, meer dan twee miljard Belgische frank.
Men kan dus niet meer zeggen dat er te weinig geld
naar de opsporing gaat; integendeel, men besteedt er
fortuinen aan. Van deze controles is echter 98,5%
negatief. Nochtans denken velen — en terecht — dat
er veel meer doping is dan in de jaren zestig. De controles
zijn dus veel minder doeltreffend. Het lijdt geen
twijfel dat er steeds meer producten zijn die niet
kunnen worden opgespoord.
In wielerkringen beweren vele specialisten dat
Lance Armstrong doping gebruikt. Dit blijkt uit studies
van prestaties en gemiddelden. Armstrong heeft
de jongste Ronde van Frankrijk gewonnen met een
gemiddelde snelheid van 41 km per uur, een snelheid
die nooit eerder was gehaald en zeker niet in de hitte
en tijdens een ronde met talrijke bergritten. Riis en
Pantani, die doping gebruikten, wonnen de Tour
tegen een gemiddelde snelheid van 39 km per uur.
Hoewel dus algemeen aangenomen wordt dat Armstrong
doping gebruikt, valt dit onmogelijk te controleren.
Iedereen weet dat men EPO wil aanmaken op basis
van menselijk bloedplasma. Tot nog toe gebruikte
men het plasma van hamsters, zodat verschillende
laboratoria waaronder dat van Lausanne, kunstmatige
EPO konden opsporen in urinestalen. Men vermoedt
nu dat men er in de Verenigde Staten is in
geslaagd een niet-opspoorbaar EPO te fabriceren.
[Link]
|