17.12.2010

Evodiamine als afslankmiddel

Geef ratten drie weken lang evodiamine [structuurformule hieronder] door hun voer, en ze hebben na 3 weken half zo veel lichaamsvet als dieren die geen evodiamine kregen. Volgens een Japanse dierstudie uit 2001 verdubbelt evodiamine, een verbinding in het fruit van de plant Evodia rutaecarpa, de verbranding van vet.

Evodiamine
In de klassieke Chinese kruidenleer gelden extracten van Evodia rutaecarpa als "hete kruiden". Omdat een aantal daarvan - zoals pepers - de stofwisseling en dus ook het calorieverbruik verhogen, vroegen onderzoekers van het Japanse farmabedrijf Kyowa Hakko Kogyo zich af of je van die extracten een afslankmiddel zou kunnen maken.

In Evodia rutaecarpa zit evodiamine. Die stof haalden de onderzoekers uit het extract, en mengden die vervolgens door het voer van ratten. De concentratie was 0.02 procent. De onderzoekers gaven de ratten voer met veel vet zodat eventuele afslankeffecten duidelijk zichtbaar werden.

Na drie weken zagen ze dat de dieren in de eviodiaminegroep de helft minder vet hadden.


Evodiamine als afslankmiddel


Evodiamine als afslankmiddel


Toen de onderzoekers in de darmen van hun proefdieren een fikse hoeveelheid evodiamine inbrachten, daalde hun lichaamstemperatuur. Dat zie je hierboven. De staatjes links betreffen ratten die niet hadden gegeten, de staatjes rechts ratten die zoveel aten als ze wilden.


Evodiamine als afslankmiddel


De daling van de lichaamstemperatuur ontstond omdat evodiamine vaten wijder maakt, en de warmte dus makkelijker wegvloeit, denken de onderzoekers. Onderhuidse injecties evodiamine verhoogden de temperatuur van de staart, zie je hieronder. De ratten zullen het niet hebben gemerkt, maar evodiamine werkt wel degelijk thermogeen.

De onderzoekers vermoeden dat evodiamine interacteert met de vanilloidreceptor, net als capsaicin en zijn analogen. Toen de onderzoekers een deel van hun proeven herhaalden en de ratten daarbij ook een blokker van die receptor gaven, bleven de effecten uit.



Interessant spul.

Bron:
Planta Med. 2001 Oct;67(7):628-33.