|
2 3 - 0 9 - 2 0 0 7
Koolwitrups groeit als kool door stofjes in kool (Resource 20 September 2007)
Rupsen op koolplanten worden geacht minder te snel te groeien, en liefst zelfs te sterven door de
glucosinolaten
in kool. Volgens biologen maken koolplanten die stofjes aan om zich te beschermen tegen vraat. Voedingswetenschappers
denken echter dat diezelfde glucosinolaten in mensen een keur van positieve gezondheidseffecten veroorzaken.
Wageningse entomologen ontdekten per toeval dat die vraatremmende werking van glucosinolaten bij rupsen van het
koolwitje geen fluit voorstelt.
[J Chem Ecol. 2007 Sep 8; [Epub ahead of print].]
Als de rups op koolplanten zit, en de kans daartoe krijgt, dan klimt hij naar de
bloemen van de koolplant. Daarin zitten vijf keer meer glucosinolaten dan in de bladeren. Het gevolg van een dieet
met de glucosinolaatrijke bloemen is dat de groeisnelheid van de rupsen toeneemt.
Hoe dat precies kan, dat kunnen de onderzoekers niet verklaren.
Bij mensen zouden glucosinolaten de aanmaak van ontgiftende enzymen stimuleren, en zo
beschermen tegen kanker. Diezelfde enzymen kunnen misschien ook de
concentratie testosteron in het lichaam verhogen.
[De Hormesis-theorie: hoe gezond is een beetje gif?]
2 3 - 0 9 - 2 0 0 7
Dieet met veel suiker, aardappels en wit brood vervet de lever (BBC 21 September 2007)
Het moderne van junkfood verzadigde high GI-dieet veroorzaakt waarschijnlijk een
"silent epidemic of a dangerous liver condition". Dat concluderen onderzoekers uit Boston
uit proeven met muizen, die ze publiceerden in Obesity.
[Obesity 15:2190-2199 (2007)]
De onderzoekers gaven hun muizen een half jaar een dieet met veel aardappels.
De ene helft kreeg aardappels met een hoge glycemische index, de andere helft aardappels met een lage
glycemische index.
Het HG-dieet verhoogde de insulinespiegel en de hoeveel vetten in het bloed van de muizen, vergeleken
de muizen in de LG-groep.
De muizen in beide groepen werden even zwaar, maar de muizen die de HG-piepers kregen werden twee keer vetter
dan de muizen in de LG-groep. Hetzelfde patroon zagen de onderzoekers in de lever van de muizen. De lever van de
HG-muizen bevatte twee keer meer vetten dan de lever van de LG-muizen.
De onderzoekers concluderen dan ook dat een laag-glycemisch dieet kan helpen bij de behandeling van
non-alcoholic fatty liver disease.
Onderzoeksleider David Ludwig vreest dat we de komende tien jaar door de vetzucht-explosie een toename van
die aandoening zullen zien. Nu al heeft een kwart van de dikkerds een vervette lever, aldus Ludwig.
"Just as type 2 diabetes exploded into our consciousness in the 1990s, so we think fatty liver will in
the coming decade."
[Het Laag-Glycemisch Dieet]
1 9 - 0 9 - 2 0 0 7
Kun je al die studies nog serieus nemen? (Los Angeles Times September 17, 2007)
Koffie is ongezond, melden studies. Nee, koffie is juist wel gezond - lees je even later op Science Daily. En
weer even later lees je dat het voor je gezondheid helemaal niet uitmaakt of je koffie drinkt.
Het heen en weer zwalken van onderzoekers in hun uitspraken over wat nou wel en niet gezond is, is een groeiende bron
van ergernis voor veel gezondheidsfanaten - en sinds enkele jaren ook voor andere wetenschappers. De Los Angeles Times
schreef een uitgebreid en boeiend stuk over de zin en onzin van de epidemiologie.
Het is duidelijk dat de schrijver epidemiologie grote onzin vindt, maar toch is het artikel helemaal niet
onaardig. Al was het maar omdat het in een alinea het verschil uitlegt tussen
cohortstudies, case-controlstudies en cross-sectionele studies, en
in een zin samenvat wat confouders precies zijn.
Het stuk beschrijft de instorting van een aantal grote Waarheden - met een hoofdletter W - uit de epidemiologie,
die grote maatschappelijke invloed hebben gehad. Zo'n Waarheid was bijvoorbeeld de beschermende werking van
vitamine E tegen hart- en vaatziekten bijvoorbeeld. Die komt naar voren
in studies onder gezonde mensen, zegt Walter Willett, co-auteur van de
vitamine E-studies. Maar in studies onder mensen die al hart- en vaatziekten hebben is van een beschermend effect geen
sprake.
De grote criticus die in het stuk aan het woord komt is de Griekse epidemioloog John Ioannidis. Hij vindt dat
de epidemiologie als wetenschap niet deugt. Er verschijnen volgens hem
teveel slechte studies, die van alles overhoop halen, maar waarvan later blijkt dat ze niet kloppen.
Volgens andere epidemiologen klopt die kritiek niet. Met de studies is niets mis, vinden ze. Dat ze met verschillende
resultaten komen, kun je verklaren doordat de onderzoeken naar verschillende groepen kijken. Zo is hormoontherapie
voor vrouwen van veertig jaar waarschijnlijk niet zo gevaarlijk, maar voor oudere vrouwen wel.
In Nederland woedt dezelfde discussie. Er is
Crisis In Voedingsland,
meldden voedingswetenschappers nog niet zo lang geleden. De grote theorieen, waaraan onderzoekers van alles ophingen,
zijn bezweken toen bijvoorbeeld bleek dat anti-oxidanten nauwelijks werken, en dat het low fat-dieet helemaal
niet zo gezond is.
Wat opvalt aan de discussie over verwarrende voedingsinformatie de allergrootste stoorzender niet wordt genoemd.
De voedingsindustrie, die de consument bombardeert met reclame.
[Consument in verwarring]
|
|
|