|
||
|
||
|
2 3 - 0 4 - 2 0 0 4 Doe je eigen ding, dan groei je harder
Baantjesjagers, agressievelingen en strebers hebben lager testosteronspiegels dan types die gewoon hun eigen ding doen. Dat kun je afleiden uit Russisch onderzoek naar muizen.
Agressie en zin in seks hangt samen met testosteron, zeggen biologen. Hoger testosteronspiegels betekenen meer libido en meer agressie - en, kun je daar als sporter nog aan toevoegen, meer spierontwikkeling. Dieren met meer testosteron zijn dan ook vaak agressiever dieren, die hun soortgenoten met lager testosteronspiegels domineren. Hoe hoger je op de sociale ladder van groepen dieren komt, des te hoger zijn de testosteronspiegels. Testosteron is het hormoon van de winner. Zou je zeggen. Klopt niet.
De weg naar sociale dominantie is met conflicten bezaaid. Ellebogenwerk, kuiperijen, geweld, afzeiken - je kent dat wel. Bij mensen is het niet anders. De Russen vroegen zich af wat het effect van die conflicten was op de hormoonspiegels.
Om die vraag te beantwoorden deden ze proeven met drie groepen mannetjesmuizen: een controlegroep, die gewoon alleen in een kooi zat en niet lastig werd gevallen door zijn soortgenoten, een groep muizen die in groepen altijd het onderspit dolf en een groep muizen die voortdurend conflicten won.
Toen ze de groepen hadden samengesteld zetten de Russen ze bij een wijfje dat door een hormoonbehandeling paarrijp was gemaakt. Eerst konden de mannetjes niet bij het wijfje omdat er een glazen wand tussen hen in zat. De onderzoekers keken toen hoe vaak de mannetjes bij de muur zaten. Zo maten de onderzoekers hun interesse. [Figuur] Op 0 zitten er nog geen wijfje in het compartiment. Dat komt er pas op I. 1= de muizen in de controlegroep zonder sociale hiėrarchie, 2 = de sociale winnaars, 3 = de sociale verliezers. V = na een half uur.
Links zie je hoe de groepen zich gedragen na tien dagen. Rechts na twintig dagen. Aanvankelijk hadden de dominante muizen evenveel interesse in het wijfje als de dieren in de controlegroep. De verliezers, murw gemaakt door alle verloren ruzies, hadden beduidend minder animo.
Na nog eens tien dagen zie je iets opvallends. De curve die de interesse van de dominante dieren toont lijkt samen te vallen met die van de ondergeschikte dieren. De meeste interesse hadden de non-sociale dieren.
Toen de onderzoekers testosteronspiegels gingen meten, zagen ze wat er in de muizen gebeurde. De zwarte balken staan voor muizen na tien dagen, de gestreept voor muizen na twintig dagen.
De onderzoekers concluderen dat de sociale jacht op status een zware wissel trekt op het endocriene systeem. Vooral voor de verliezers, maar ook voor de winnaars.
Hoe langer de jacht op status doorgaat, des te lager zijn de hormoonspiegels. Vertaald naar onze eigen samenleving zou dat betekenen dat je de hoogste testosteronspiegels niet vindt bij de maatschappelijke winnaars, maar bij de drop outs.
Het is een romantische gedachte.
A. V. Amikishieva, M. V. Ovsyukova. Effects of Alternative Social Experience on the Sexual Function of Male Mice. Bulletin of Experimental Biology and Medicine, No. 6, 2003, 607-610.
|
|
|