|
||
|
||
|
0 4 - 0 8 - 2 0 0 7
In reageerbuizen doen chrysine - heet ook wel flavone - en zijn analogen het prima. Vooral chrysines natuurlijke analoog, 7,4'-dihydroxyflavone, een andere flavonoide in klaver, doet het erg goed. In proeven op mensen echter niet. [J Med Food. 2003 Winter;6(4):387-90.] Dat komt omdat chrysine en zijn natuurlijke analogen slecht bio-beschikbaar zijn. De lever breekt ze te snel af. Aan analogen waaraan fabrikanten methoxygroepen hebben vastgeplakt kleven die nadelen niet, volgens de Amerikaanse onderzoekers. Ze baseren dat op celstudies en dierstudies. Humane studies hebben we niet kunnen vinden. Hieronder zie je de stoffen die de onderzoekers hebben bestudeerd.
De natuurlijke analogen die de onderzoekers
onderzochten hebben hydroxylgroepen op drie verschillende plaatsen. De synthetische analogen hebben op diezelfde
plaatsen methoxygroepen. [Een methoxygroep is een methylgroep die via een zuurstofatoom aan het moederskelet
vastzit - red.]
Hierboven zie je de chemische structuur van ipriflavone. Hij is afgeleid van die van de isoflavonen, die je vindt in rode klaver en soja. De aromatase-remmende werking van de methoxyvarianten is in reageerbuizen geringer dan die van hun natuurlijke analogen, maar er zijn er twee die het verdraaid goed doen. "The critical finding in this study is that two methylated flavones, 7,4-DMF and especially 7-MF, were only slightly less potent than 7,4'-DHF and 7-HF, previously shown to be the two most potent flavone inhibitors of aromatase", schrijven de onderzoekers.
Hoe 7-methoxyflavone (witte vierkantjes) ten opzichte van 7-hydroxyflavone (zwarte bolletjes) presteert, dat vertelt
de bovenstaande figuur.
|
|
|