|
||
|
|
||
|
1 5 - 0 5 - 2 0 0 4 Kynoselen voor beginners
Het blijft maar rommelen rond Kynoselen, een merkwaardig preparaat dat in 1996 opdook in de bodybuilding, snel weer verdween, en zich nu opmaakt voor een come back. Tijd voor een analyse.
"Hoe het werkt? Dat weet nog niemand precies", schrijft de website HCMuscle. [Link] "Maar de sportieve gemeenschap gelooft dat de belangrijkste component in Kynoselen AMP is. Wetenschappers denken dat AMP de spiercel stimuleert om eiwitten te maken."
"Man, Kyno werkt! Speciaal als vetverbrander. Het verhoogt het zuurstofgebruik door cellen en jaagt zo de cellulaire activiteit omhoog. Jongens die Kynoselen gebruiken wordt gortdroog. En dat zonder de nare bijwerkingen van clen en efedrine."
Nou, je hoort het. Woepie-te-kick, dat spul. Spiermassa, vetverbranding en geen bijwerkingen. Wie heeft er nog wat te zeiken?
Wel - wij natuurlijk. Wat dacht je dan? Dat we die jubeljuichverhalen niet even checken?
Wat is Kynoselen? Kynoselen is een injecteerbaar preparaat uit de diergeneeskunde. Dierenartsen gebruiken het vaak als stimulerend en hormoonvrij middel bij oudere en verzwakte huisdieren. Het bevat vitamine B12, selenium, magnesium, kalium, adenosinemonofosfaat (AMP) en heptaminol. AMP geldt inderdaad als actieve component.
Het gebruik van AMP is niet nieuw. In de jaren vijftig hebben humane artsen geexperimenteerd met AMP bij mensen met spierziekten en boekten daar ook wel resultaat mee. Kynoselen verhoogt het uithoudingsvermogen en verbetert de controle over blaas.
AMP valt na toediening snel uit elkaar tot zijn belangrijkste bouwstof, adenosine. Die interacteert met receptoren van allerlei cellen en start een keur van processen op. Toen dat duidelijk werd ontwikkelden farmaceuten middelen die de afbraak van adenosine remden of de werking versterkten. Maar in de diergeneeskunde en in de sport is AMP nog steeds in gebruik. Als adenosinedonor.
Twee Britse dierenartsen publiceerden onlangs een overzichtsstudie over adenosine-potentiating medicijnen. Een aanrader voor iedereen die zich met injecties AMP wil opvoeren, maar eerst zijn achtergrondkennis wil bijspijkeren.
De Britten beschrijven eerst hoe adenosine werkt. Het koppelt aan receptoren voor cellen, maar komt ook via transporteiwitten de cel binnen. Daar verhoogt het de spiegel van het signaalmolecuul cAMP, waardoor de cel meestal harder gaat werken. In de tweede plaats is adenosine een component van energiegevende moleculaire complexen als FAD en NAD. In dit artikel ligt de focus echter op het eerste aspect.
Wat er precies gebeurt nadat adenosine koppelt aan zijn receptor hangt af van het soort cel - en het type adenosinereceptor. Er zijn vier receptoren bekend. Over eentje daarvan - A3AR - weten we nog bijna niets.
Het type A1AR vind je in de hersenen en de testes. Koppelt adenosine daaraan vast, dan worden cellen minder actief. Of dat inhoudt dat de zaadballen daardoor minder testosteron aanmaken is niet onderzocht. In de hersenen schroeft adenosine de werking van een stel receptoren voor neurotransmitters - waaronder dopamine - omlaag, waardoor een slaperig en ontspannen gevoel ontstaat.
De A1AR zit ook in vetcellen.
Voor de artsen is dat stimulerend effect op de groei van de vetlagen positief. Dat komt omdat zij adenosine-preparaten gebruiken voor oude en dikwijls gecastreerde honden en katten, die hun eetlust vaak kwijt zijn en vermageren.
In spieren vind je de receptoren A2AAR en A2BAR. In de langzame spiervezels, tenminste.
Meer vet, een slaperig gevoel en meer verbranding van suikers in de langzame spiervezels. Dat zijn de effecten van adenosine.
Een alternatief voor anabolen, dat Kynoselen? Niet echt. Kynoselen is in ieder geval geen middel voor naturelatleten, die zonder farmacologische ondersteuning hun vetpercentage laag willen houden en zijn aangewezen op hun natuurlijke aanmaak van testosteron. De jubeljuichverhalen van de verkopers op internet zijn wat dat betreft nergens op gebaseerd.
Dat chemische sporters een plek voor AMP in hun array hebben gevonden is overigens wel waarschijnlijk. Adenosine werkt in op de A2AAR in de vaatwanden, en zorgt voor ontspanning. Daardoor verwijden de vaten. Organen en spieren krijgen daardoor een hoger bloedtoevoer en dus ook meer zuurstof, brand- en bouwstof. Daardoor neemt in experimenten de snelheid en het uithoudingsvermogen van proefpersonen toe.
Sprinters injecteren soms cocktails van ATP en AMP, melden bronnen van Ergogenics. Het ATP werkt in op de spieren en heeft een anabool en prestatieverbeterend effect, terwijl het AMP ervoor zorgt dat het ATP op zijn plek komt. Dat is tenminste de redenering achter de mix.
Scaramuzzi RJ, Baker DJ. Possible therapeutic benefits of adenosine-potentiating drugs in reducing age-related degenerative disease in dogs and cats. J Vet Pharmacol Ther. 2003 Oct;26(5):327-35. [PubMed] |
|
|