|
||
|
||
|
2 9 - 1 2 - 2 0 0 2 Vanaf 2005 geen goedkope hormonen en Viagra uit India meer
Vanaf 2005 is India dopingproducent af. In dat jaar neemt het thuisland van de goedkope viagra, dianabol en groeihormoon de internationale farmaceutische regelgeving over en wordt piraterij illegaal. Dat schrijft Jayanthi Iyengar in de Asia Times. Maar helemaal overtuigd is de journalist niet.
India is een paradijs voor medicijngebruikers. Bedrijven die lak hebben aan de internationale regelgeving maken klonen van praktisch alle bekende medicijnen voor 5 tot 20 procent van de prijs van de originele producten. Viagra, prozac of andere blockbusters liggen voor een habbekrats in de winkels. Daarom is India een belangrijke bron van preparaten en grondstoffen voor het dopingmilieu.
De belangrijkste reden dat Indiase farmaceuten zo belangrijk zijn geworden voor de Westerse ondergrondse ergogene milieus is dat India geen centraal overheidslichaam heeft dat de farmacie in de gaten houdt. Daardoor kunnen producenten in de beruchte quasi-anarchistische deelstaten Bihar, Gujarat, Madhya Pradesh en Littar Pradesh hun gang gaan.
Af-en-toe onderneemt de overheid actie. Dat gebeurde nog niet zo lang geleden, toen agenten een grote partij medicijnen van piraten in beslag namen. Van de 53 preparaten waren er negen echt. De rest bevatte geen actieve stoffen, te weinig actieve stoffen, verontreinigingen of zelfs de verkeerde actieve stoffen. Dat is de prijs die consumenten in farmaceutische vrijstaten als India, maar ook China en Thailand voor hun lage prijzen moeten betalen: een levensgrote kans op een verkeerd medicijn.
Die consumenten bevinden zich niet alleen in India, maar ook in het Westen. De Amerikaanse FDA maakte in 2000 bekend dat het 155 gevallen kent van consumenten die ziek zijn geworden door medicijnen waarvoor de makers de grondstoffen in China hadden gekocht. In het anabolenmilieu ligt het geval van de bootlegger GAC nog vers in het geheugen. De FDA schat dat tot acht procent van de bulkleveranciers, die grondstoffen leveren aan Amerikaanse fabrikanten, niet deugt.
De meest vervalste middelen zijn antibiotica, malariaremmers, hormonen en steroïden. In het Westen duiken vooral de laatste twee types vaak op.
Aan die situatie komt een einde als India per 2005 de regelgeving van de World Trade Organization accepteert. Die houdt niet alleen in dat er een centrale farma-autoriteit komt, maar ook dat India het internationale patentrecht overneemt. De huidige Indiase wet erkent geen patenten op producten, alleen op processen. In het Westen kunnen farmaceuten twintig jaar lang een proces patenteren - in India slechts zeven jaar. Daardoor kunnen Indiase firma's legaal al snel met goedkope klonen van middelen op de markt komen. In de praktijk liggen de gekopieerde producten enkele jaren voordat het patent verloopt in de winkel. De Indiase farmaceuten gaan ervan uit dat de makers van het origineel voor zo'n korte periode geen kostbare processen gaan betalen.
Met de overname van de internationale regels - en de komst van een sterke autoriteit - zou er einde moeten komen aan de talloze goedkope Indiase piratenmerken. De gevolgen voor de Indiase industrie zullen enorm zijn. De Indiase farma-industrie produceert jaarlijks voor 4,52 miljard dollar. Daarvan is 10 tot 35 procent afkomstig van vervalste middelen. Niet verwonderlijk zijn tot nu alle pogingen van de regering om orde op zaken te stellen gestrand. De deelstaten, die goed verdienen aan steekpenningen van corrupte farmaceuten, zien de plannen niet zitten.
Toch zet de centrale overheid door. De reputatie van de Indiase industrie staat op het spel. In 2005 zullen de deelstaten wel moeten. In theorie dan.
Jayanthi Iyengar. A bitter pill for Indian drug industry. Asia Times, 21-12-2002. |
|
|