Ergogenics

  [Definitie:] "An ergogenic aid is any substance or phenomenon that enhances performance." (Wilmore and Costill)

  Nieuwsbrief over doping, supplementen, voeding en training

  Gendoping       Strafzaak tegen Springstein       Repoxygen       VPRO maakt gendoping    

2 8 - 0 2 - 2 0 0 4

Bron van toekomstige epidemie is genetisch opgevoerde superatleet

De synthetische genen voor IGF-1, VEGF of EPO die sporters over vijf jaar in hun lichaam zullen
Hidde Haisma
stoppen hebben bijwerkingen die de huidige low tech preparaten niet hebben. Ze kunnen sporters veranderen in bronnen van epidemieën. Dat schrijft de Groningse farmacoloog Hidde Haisma in een rapport over genetische doping.

Haisma schreef 'Genetische doping' na kamervragen van het CDA-tweedekamerlid Joop Atsma over gendoping in de sport. Staatssecretaris Ross gaf daarop opdracht aan het NeCeDo om te inventariseren hoe ver de ontwikkelingen op dit moment zijn en welke risico's er aan het genetisch opvoeren van atleten kleven.

Volgens het rapport duurt het nog zo'n vijf jaar tot gendoping in de sport komt. Het rapport zegt ook dat er tot nu toe nog maar één gentherapeutisch middel is geregistreerd: een middel in oogdruppels tegen cytomegalovirusinfecties.

Het rapport verwacht verder dat vooral genen voor EPO en anti-genen voor myostatine effectief zullen zijn. De gentech-'endorfinen' in dit overzicht moet je zien als het 21ste eeuwse equivalent van Nubain.

Wat opvalt in het overzicht is dat letterlijk alle gentechdopingsoorten potentieel extreem gevaarlijk zijn. Dat komt omdat de samenstellers verwachten dat gentechdoping, net als het gros van de huidige anabolen, uit ondergrondse laboratoria zal komen. Daar zullen goeroes niet te werk gaan volgens de normen waarmee legitieme onderzoekers middelen maken.

Gentechdoping draait om stukjes DNA, die je uit een compleet DNA knipt of bestelt bij een farmaceut. Die vermenigvuldig je door ze te plakken in een plasmide in een bacterie, en die bacterie verder te kweken. Heb je genoeg bacteriën, dan zuiver je de DNA-snippers eruit. Die kun je injecteren.

Het voordeel van die methode is de eenvoud en de minimale kosten. Het nadeel is dat de effectiviteit niet erg hoog is. Je zult veel en langdurig moeten injecteren om resultaat te zien. Beter werken omgebouwde virussen - adenovirussen en retrovirussen - waarin je stukjes DNA hebt geplakt. Die virussen vermenigvuldigen zich in je lichaam en verspreiden zo de nieuwe genen. Dat merk je. Meestal zul je je een beetje griepachtig voelen na toediening van gentechvirussen.

Besmettingshaard

Die virussen zijn verzwakte virussen. Het is niet de bedoeling dat ze je ziek maken. Je loopt echter het risico dat je proces niet helemaal zuiver is en je virussen ook niet - dat ze net zo krachtig zijn als het type waar ze op zijn gebaseerd. Je zult die virulente virussen uit je preparaat moeten zuiveren, en die zuivering maakt gentechnologie op virusbasis zo duur.

Net zoals je undergroundfarmaceuten hebt die methyltestosteron in plaats van dianabol in hun pillen stoppen, lopen kopers van IGF-1-genen het risico virulente virussen in te spuiten. De originele virussen bijvoorbeeld, met of zonder de nieuwe genen. Of een totaal nieuw virus, dat onbedoeld in het proces is ontstaan.

En dan?

Haisma weet het niet. Hij weet wel dat de drieduizend patiënten die inmiddels met synthetische genen zijn behandeld nooit in besmettingshaarden zijn veranderd, en nooit hun nieuwe genen aan hun familieleden hebben overgedragen. Maar gebruikers van slordige ondergrondse preparaten zouden wel eens een gevaar voor hun omgeving kunnen worden.

Genen op hol

Een tweede risico is de controle over de nieuwe genen. Hoe lang staan die dingen aan? Hoe lang geven ze cellen de opdracht om groeifactoren aan te maken? Dat bepalen genetische schakelaars in de nieuwe genen. Gebruiken undergroundfabrikanten de verkeerde schakelaar, dan kan dat ervoor zorgen dat met de gentechsporters hetzelfde gebeurt als met de apen in een studie die Haisma aanhaalt: bij die dieren sloegen de nieuwe EPO-genen op hol. De hematocrietwaarden stegen met tachtig procent. Daarna kregen de dieren bloedarmoede, omdat hun immuunsysteem zowel de eigen als de transgene EPO ging herkennen als een lichaamsvreemde stof.

Bij andere proeven is dat effect niet gevonden. Maar het noopt wel tot ongerustheid. Om uit te sluiten dat zoiets met mensen gebeurt, zul je dierproeven moeten doen. En dat zal bij gentechdoping misschien niet gebeuren. THG is ook op de markt gekomen zonder dat er dierproeven waren verricht.

Een soortgelijk gevaar speelt bij synthetische genen voor IGF-1 en VEGF. Overproductie van die groeifactoren kan tumoren veroorzaken, vreest Haisma.

Detectie

Detectie van gendoping is een probleem, maar niet onmogelijk. Haisma zegt dat het moeilijk is om nieuwe genen in het bloed te vinden, maar gelooft dat het opsporen van de extra groeifactoren door de nieuwe genen door proteomics mogelijk is. Dat houdt in dat je in cellen de aanmaak van legio verschillende soorten eiwitten in één keer meet.

Dopingjagers zouden proteomicsprofielen van sporters kunnen maken, en aan de hand daarvan kunnen zien of de atleten nieuwe genen hebben gekregen.

Daarnaast zouden farmaceuten en de overheid codes kunnen opstellen die medewerking aan gendoping verbieden, en zouden voorlichtingscampagnes sporters moeten wijzen op de gevaren van gentechnologie.

Haisma's advies was niet aan dovemansoren gericht. Staatssecretaris Ross, die trouwens in het bestuur van Wada zit, zegt in haar brief aan de tweede kamer dat ze de dopingautoriteit Wada zal vragen om de op proteomics gebaseerde detectietechnieken te gaan ontwikkelen. Ook de andere adviezen neemt ze over en gaat ze overleggen met Nefarma en het Anti Doping Platform.

1. H.J. Haisma, O. de Hon, P. Sollie, J. Vorstenbosch. Genetische doping. Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken, Capelle aan den Ijssel, februari 2004. [PDF]
2. Clémence Ross-van Dorp. Kamerbrief genetische doping. S/SBG-2456474. Kamerstuk, 23-2-2004. [PDF]

0 8 - 0 2 - 2 0 0 6

'Nut dopingcontrole bij sporters steeds twijfelachtiger'

Rijksuniversiteit Groningen
07-02-2006

Hidde Haisma, hoogleraar Therapeutische genmodulatie:

Het blijft moeilijk om sporters op het gebruik van verboden middelen te controleren. Nieuwe technieken als genetische doping zijn voorlopig moeilijk te testen. Misschien kunnen we de dopingcontrole beter helemaal afschaffen, zegt Hidde Haisma, hoogleraar Therapeutische genmodulatie aan de RUG. `Fysieke ongelijkheden tussen sporters zullen namelijk altijd bestaan.'

Sporters gaan sneller en sneller: het ene na het andere sportrecord sneuvelt. Ook op de aanstaande Olympische Winterspelen in Turijn verwacht het publiek weer spectaculaire resultaten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat sporters blijven zoeken naar nieuwe, onbekende wondermiddelen om hun prestaties op te schroeven. Tegelijkertijd proberen sportautoriteiten op hun beurt steeds weer nieuwe controlemethodes te vinden om de sporters te betrappen. De World Anti Doping Agency (WADA) steekt zelfs miljoenen in preventief onderzoek om eventuele gebruikers van de nieuwe techniek van genetische doping te slim af te zijn. Misschien wel verspilde moeite, denkt Haisma. 'Op een gegeven moment rijst de vraag: waarom doen we dit eigenlijk?'

Officieel moet elke sporter gelijke kansen hebben. Maar fysieke ongelijkheden tussen mensen zullen altijd bestaan. Met het verschil tussen man en vrouw wordt in de meeste sporten wel rekening gehouden, en voor lichaamsgewicht kennen sommige sporten een indeling in gewichtscategorieën. Maar veel ongelijkheden blijven gewoon bestaan. Lengte bijvoorbeeld, of erfelijke aanleg. Die kan sterk bepaald zijn door ras, maar toch zijn daar geen aparte categorieën voor. Ook materiaal kan sporters bevoordelen: de eerste schaatser met klapschaatsen had een enorme voorsprong op zijn concurrenten.

Zelfs medicijngebruik kan sporters (onbedoeld) een voordeel opleveren. Haisma noemt als voorbeeld Tourwinnaar Lance Armstrong. `Armstrong heeft teelbalkanker gehad. Ik ken zijn situatie natuurlijk niet, maar als ik uitga van een patiënt met dezelfde ziekte als hij, veronderstel ik dat hij sinds zijn ziekte testosteron geïnjecteerd krijgt om als man te kunnen functioneren. Testosteron is, zoals de meeste anabole steroïden, verboden in de sport. Hoeveel testosteron mag Armstrong krijgen? Wanneer is het eerlijk, en wanneer niet? Waar leg je de grens? Dat is de vraag.'

Het is dus moeilijk te bepalen of zoiets als 'gelijke kansen' voor sporters te benaderen is. Maar ook bij het argument dat sporters tegen de risico's van doping in bescherming genomen moeten worden, zet Haisma vraagtekens. De sporter is immers de enige die door het gebruik van verboden middelen gevaar kan lopen. Wel kunnen sporters fysieke bovengrenzen opgelegd krijgen. `Wordt het boven een hematocrietwaarde van 50 te gevaarlijk, dan laat je niemand met die waarde starten. Het maakt niet uit of die waarde verkregen is door EPO, een bloedtransfusie, een hoogtestage of erfelijke aanleg.'

Toch blijft het gebruik van doping risico's met zich meebrengen. Vooral in het geval van genetische doping. De techniek van gendoping, waarbij een gen (een stukje DNA) in het lichaam ingespoten wordt om een zwakker of afwezig gen te compenseren, is zo eenvoudig dat iedereen met enige kennis van zaken haar kan toepassen. `Elke student medische biologie die een EPO-gen wil maken zou dat kunnen',aldus Haisma.

Moeilijk traceerbaar

Ook al willen we dopingcontroles blijven uitvoeren, zegt Haisma, dan nog kunnen we dat niet altijd. Gendoping bijvoorbeeld blijft voorlopig nauwelijks te traceren. Het gaat namelijk niet om de injectie van een stofje dat direct resultaat heeft, maar om een `recept' dat het lichaam aanzet zélf het gewenste resultaat te bereiken. De enige manier om dit te traceren, is in het lichaamsweefsel van de sporter op zoek te gaan naar sporen van de geninjectie. Maar het 'recept' is zo algemeen geldig dat het bijna overal in het lichaam kan worden geïnjecteerd. Een EPO-gen leidt bijvoorbeeld bijna overal tot resultaten, van oorlelletje tot grote teen. Het geeft nogal wat praktische problemen om een heel lichaam te gaan onderzoeken op de sporen van één injectie.

Hoe dan ook zullen sporters voorlopig nog op doping worden gecontroleerd, denkt Haisma. `Voor het imago van sport is het belangrijk dat mensen denken: ik kan het ook. Het publiek wil het idee hebben dat de sporters hun medailles hebben verdiend.' Bovendien vermoedt Haisma dat gendoping nog niet door sporters wordt gebruikt. `Het is nog redelijk specialistisch. Ik verwacht dat de techniek eerst zal worden gebruikt in dierensporten waar veel geld in omgaat, paardenrennen bijvoorbeeld. Als een middelmatige sporter in de toekomst plotseling heel goed gaat presteren, of heel wisselvallig, dan moeten we aan genetische doping gaan denken.'

Curriculum Vitae

Hidde Haisma (1957) studeerde medische biologie aan de Rijksuniversiteit Utrecht en was van 1982-1987 als onderzoeker werkzaam in onder meer de Verenigde Staten, waar hij werkte bij het biotechnologiebedrijf Centocor, het Dana Farber Cancer Institute en Harvard Medical School. Hierna was Haisma verbonden aan de afdeling Geneeskundige Oncologie van het VU Ziekenhuis in Amsterdam. In 2000 werd hij benoemd tot hoogleraar Therapeutische genmodulatie aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Haisma promoveerde in 1987 aan de Rijksuniversiteit Utrecht op het proefschrift Monoclonal antibodies and cancer. Zijn huidige onderzoek richt zich op de ontwikkeling van geneesmiddelen voor de therapeutische beïnvloeding van genexpressie in menselijke cellen. Haisma is voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Gentherapie en secretaris van de Nederlandse Vereniging voor Farmaceutische Wetenschappen. In 2003 werkte hij mee aan het rapport Genetische doping, geschreven in opdracht van de staatssecretaris voor Sport, Clémence Ross-Van Dorp.

Prof.dr. H.J. Haisma, tel. (050) 363 78 66, e-mail h.j.haisma@rug.nl

[Link]

1 2 - 0 2 - 2 0 0 6

‘Met doping wordt sport in zekere zin eerlijker’

Michael Persson
9 februari 2006
Volkskrant
[Fragment]

Hidde Haisma

AMSTERDAM - Nu genetische doping bijna realiteit is, wordt het nut van dopingcontroles steeds twijfelachtiger, zegt Hidde Haisma. ‘De strijd tussen de laboratoria en de gebruikers is een gebed zonder eind.’

‘Gendoping is een relatief simpele techniek’, zegt hoogleraar therapeutische genmodulatie Hidde Haisma van de Rijksuniversiteit Groningen, tevens adviseur van de World Anti Doping Agency WADA. ‘Al had ik verwacht dat het eerst zou worden uitgeprobeerd in dierensporten.’

Is gendoping te traceren?

‘Nauwelijks. Het is geen stofje dat direct resultaat heeft, maar een soort recept dat het lichaam aanzet zelf stoffen te gaan produceren. Dus is er geen verschil met lichaamseigen stoffen. Je kunt alleen op zoek gaan naar sporen van de injectie.’ [Hum. Dick Pound zegt iets anders. - red.]

Dus zit iedereen straks aan de Repoxygen?

‘Sporters en trainers proberen altijd het onderste uit de kan te halen. Door te trainen, of door gebruik van betere materialen – dat vinden we allemaal prima. Waarom zou je datzelfde ook niet proberen met andere middelen?'

Omdat die ongezond zijn misschien?

‘Mijn voorstel is limieten op te leggen, zoals ook in de racesport gebeurt. Daar worden de motorvermogens begrensd, omdat ze anders te hard gaan. Voor mensen kunnen we hetzelfde afspreken. Als een hematocrietwaarde (het percentage rode bloedlichaampjes) boven de vijftig gevaarlijk is, laat je niemand met die waarde starten.’

En als je geen doping hebt gebruikt?

‘Het maakt niet meer uit of die waarde verkregen is door Epo, gendoping, een bloedtransfusie, een hoogtestage of erfelijke aanleg. Vijftig is gewoon de grens.’

Jammer voor degenen die van nature al een hoge hematocrietwaarde hebben.

‘Met doping kun je erfelijke verschillen deels gelijktrekken. Dat is het rare aan sport: het is oneerlijk. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de seksen en tussen gewichtsklassen bij boksen. Maar bij het wielrennen wordt niet gelet op lichaamsbouw. Het is krom dat we soms wel onderscheid maken, en soms niet. Met doping wordt het in zekere zin eerlijker.’

Wat vindt u van de huidige dopingreglementen?

‘Het is een gebed zonder eind, een continu kat- en muisspel tussen laboratoria en gebruikers. Met mijn voorstel voorkom je de eindeloze juridische procedures. Op de lange termijn wordt het simpeler.’

[Link]

Navigatie

Nieuws

Contact

Over ons

Dossiers

Zoeken