|
||
|
||
|
2 3 - 0 9 - 2 0 0 3 Onderzoek mislukt: anabolengebruikers psychisch ziek en verslaafd
Over 'wilde' anabolengebruikers in het sportschoolcircuit is weinig bekend. Daarom waren de auteurs trots op hun studie, waarin ze een stel gebruikers een jaar lang psychisch onderzochten. Grondig. Om de twee weken, als het even kon. Dat het om zeven sporters ging doet daar niets aan af. Maar dat er niks uitkwam, dat was minder.
Ondanks hun inspanningen, de vele keren dat ze hun proefpersonen aan een onderzoek onderwierpen, een berg aan gegevens en een batterij aan statistische technieken slaagden de onderzoekers er niet in om ook maar enig psychisch effect van het anabolengebruik aan te tonen. Goed, ze maten allerlei psychische waarden bij hun proefpersonen. Ze observeerden ze, ze lieten ze vragen beantwoorden, ze hielden nauwgezet bij of de proefpersonen gebruikten of even clean waren. Maar het was zonder resultaat.
De onderstaande figuur, waarin je bij wijze van voorbeeld ziet hoe de psychische gesteldheid van 'subject 1' zich gedurende een jaar ontwikkelde, maakt dat duidelijk. (BDI is een maat voor depressie, BDHS voor vijandigheid.) De figuren van de andere proefpersonen waren niet wezenlijk anders.
In het gespikkelde deel van de figuur gebruikte 'subject 1' ergogene middelen, in het blanco deel niet. De onderzoekers hadden verwacht een duidelijk verband te zien tussen de scores op de psychiatrische meetlatten en het gebruik. Maar zoals je ziet gaan de curves omhoog en omlaag, zonder zich iets aan te trekken of 'subject 1' nou kuurt of even met anabolenvakantie is.
De onderzoekers hebben een vermoeden waarom ze die verbanden niet konden vinden. Hun proefpersonen gebruikten om te beginnen niet alleen anabolen. Dat zie je hieronder. Ze gebruikten vaak alcohol en coke, maar ook synthetische drugs als oxycodone en valium. Anabolengebruik gaat - in ieder geval in deze studie - samen met druggebruik.
Een andere reden is dat de gebruikers eigenlijk allemaal een abnormaal psychiatrisch profiel hadden. In de tabel van hieronder staat wat er volgens de onderzoekers zoal aan hen mankeerde.
Anabolengebruik gaat, concluderen de onderzoekers, samen met psychiatrische ziektebeelden en het gebruik van recreatieve drugs. De auteurs denken dat ze daarom geen verbanden tussen anabolengebruik en de uitslagen van hun tests hebben gevonden.
Als lezer vraag je jezelf af: hoe representatief zijn die gebruikers? Op die vraag geeft het verslag geen antwoord.
Vervalsingen De onderzoekers checkten ook de urine van de proefpersonen op het gebruik van middelen, en vergeleken de uitslagen met wat de gebruikers zeiden te gebruiken. Daarbij kwam aan het licht dat die twee redelijk overeenkwamen als het om injecteerbare preparaten ging. (Daarmee was alleen iets raars aan de hand bij een proefpersoon die dacht dat hij boldenon gebruikte, maar bij wie de onderzoekers geen metabolieten van dat anabool terugvonden.)
Bij de orale anabolen was de discrepantie groter. De helft van de proefpersonen die dachten methandienone te slikken had iets andersgekregen. Ook gebruikers van oxymetholone en fluoxymesterone waren beduveld.
Paul Fudala, Robert Weinreb, Joseph Calarco, Kyle Kampman, Chris Boardman. An Evaluation of Anabolic-Androgenic Steroid Abusers Over a Period of 1 Year: Seven Case Studies. Annals of Clinical Psychiatry, vol 15, no 2, june 2003, pages 121-130. |
|
|