|
||
|
||
|
2 1 - 0 6 - 2 0 0 3 Anabolenfamilie zit complexer in elkaar dan we dachten
Als je kijkt naar de werking van anabolen op het niveau van de spiercel, dan verschillen anabolen meer van elkaar dan wetenschappers dachten. Tot die conclusie komen Duitse onderzoekers die proeven hebben gedaan met genetisch veranderde cellen.
De Duitsers verknutselden cellen uit hamsters. In het erfelijk materiaal van die cellen plakten ze nieuwe genen, waardoor de cellen androgeenreceptoren gingen aanmaken: eiwitten waaraan androgenen zich moeten vastmaken zodat ze effect kunnen hebben. Koppelde een androgeen aan de receptoren, dan ging er een signaal naar drie verschillende genetische schakelaars in het erfelijk materiaal van de cellen. 'Promotoren' heten die. Zette een receptor een promotor aan, dan produceerde de cel een lichtgevend eiwit. Hoe meer eiwit, des te krachtiger was het androgene signaal.
De promotoren verschilden nogal van elkaar. Juist vanwege die verscheidenheid kozen de onderzoekers ze uit. Via andere onderzoekers en bedrijven kregen ze de androgene schakelaars MMTV, (ARE)2TATA en GRE-OCT. Die sluisden de onderzoekers met een plasmide ring de cellen in. Daarna stelden de Duitsers de gewijzigde cellen bloot aan verschillende concentraties DHEA, androstenedione, testosteron, DHT, nandrolon, stanozolol, oxandrolone en methyltrienolone. Methyltrienolone is een krachtig androgeen dat zo toxisch is dat het niet op de markt is gekomen.
De onderzoekers stopten alle metingen in de computer, en vroegen die de anabolen in families en klassen onder te verdelen. Zo ontstonden er profielen en families van anabolen, gerangschikt naar hun androgene effect op celniveau. Het resultaat van dat rekenwerk staat hieronder. R1881 is hetzelfde als methyltrienolone.
De onderzoekers hadden eigenlijk verwacht dat er drie groepen anabolen uit zouden komen: de testosteronprecursors DHEA en androstenedione, de natuurlijke androgenen testosteron en DHT, en daarnaast de anabole steroiden. Niet dus.
Ook voor anabolengebruikers is het bovenstaande schema interessant. De ervaring heeft geleerd dat anabolen met een verschillende werking elkaars anabole effect versterken. Het schema van hierboven geeft een paar suggesties.
Volgens deze tests zijn effectieve combinaties onder meer testosteron en oxandrolone, testosteron en stanozolol, nandrolon en oxandrolon, nandrolon en stanozolol. Nandrolon en testosteron zouden weinig toevoegen aan elkaars werking, net als oxandrolon en stanozolol.
Testosteron bleek de krachtigste stimulator van gentechcellen. Krachtiger dan DHT. Androstenedione, en in mindere mate DHEA, leverden verrassend krachtige stimuli van de androgeenreceptor - minder krachtig dan de anabole steroiden, maar er wel dicht bij in de buurt. Bij concentraties van hoger dan 1 nanomol tenminste.
Nu zijn de gentechcellen van de onderzoekers natuurlijk niet identiek aan de cellen in menselijke spieren. Dat weten de Duitsers ook wel. Maar toch denken ze dat deze cellen de werking van androgenen beter voorspellen dan de systemen waarbij onderzoekers alleen kijken naar hoe sterk een androgeen aan een receptor kleeft.
Holterhus PM, Piefke S, Hiort O. Anabolic steroids, testosterone-precursors and virilizing androgens induce distinct activation profiles of androgen responsive promoter constructs. J Steroid Biochem Mol Biol. 2002 Nov;82(4-5):269-75. [PubMed] |
|
|