|
1. Anabole Steroïden
Aede de Groot, Willem Koert
Levende organismen zijn voor het grootste deel opgebouwd uit stoffen (verbindingen) waarin het element koolstof (symbool C) het belangrijkste is. Chemici hebben zelfs lange tijd gedacht dat alleen levende organismen koolstofverbindingen konden maken. De naam Organische chemie voor de chemie van koolstofverbindingen stamt uit die tijd. Sinds ongeveer anderhalve eeuw weten we dat chemici koolstofverbindingen ook heel goed uit niet-levende materie in een laboratorium kunnen maken. Organisch chemici gebruiken de term synthese voor dit proces en in de laatste anderhalve eeuw zijn er miljoenen organische verbindingen gesynthetiseerd. De naam Organische chemie voor de chemie van koolstofverbindingen is echter gebleven en chemici noemen koolstofverbindingen daarom ook organische verbindingen of organische stoffen.
Levende organismen zetten deze organische verbindingen in biologische processen om in vele andere stoffen,
die ze gebruiken als bouwmateriaal, voor de energievoorziening en voor het onderhouden van levensprocessen.
Het is de Biochemie die deze processen in levende organismen bestudeert en probeert te ontrafelen. Het is lastig een strikte scheiding aan te brengen tussen de Organische chemie en de Biochemie. De reacties van organische stoffen in de natuur in levende organismen zijn dezelfde als die in een laboratorium. De stoffen in biologische processen zijn meestal wel een stuk ingewikkelder dan die in het laboratorium.
Chemici hebben altijd veel belangstelling gehad voor organische stoffen die uit levende organismen, uit de natuur, afkomstig zijn. Ze noemen deze stoffen natuurstoffen of natuurproducten en ze spelen een grote rol in ons dagelijks bestaan. We hebben ze nodig als voedsel en kennen ze verder als bouwmaterialen, textiel, kleurstoffen, geur- en smaakstoffen, genotsmiddelen en medicijnen. De chemie van deze natuurproducten staat een beetje tussen de Organische chemie en de Biochemie in. We noemen de studie van natuurproducten ook wel Bio-organische chemie.
De steroidhormonen die van nature in ons lichaam voorkomen behoren tot die grote groep van
natuurproducten. De androgene-anabole steroiden maken deel uit van de steroidhormonen.
Ze worden in ons lichaam aangemaakt door de testes, de ovaria en de bijnierschors.
Steroidhormonen zijn chemische boodschappers. De bloedstroom stuurt ze naar andere weefsels
in het lichaam waar ze actief zijn. Zoals alle hormonen bewerkstelligen ze pas effect als ze hechten
aan hun receptor in de weefsels. De receptor voor anabole androgene steroiden is de androgeenreceptor.
Die receptor is in veel weefsels aanwezig.
Testosteron (zie Figuur 1) is het belangrijkste androgene-anabole steroid. In volwassen mannen is het complex van testosteron met de androgeenreceptor verantwoordelijk voor de seksuele drift, de productie van sperma, de toename van spiermassa en kracht en het gehalte aan mineralen in beenderen. Dit zijn de zogenaamde anabole effecten van testosteron.
In andere weefsels zetten enzymen testosteron om in dihydrotestosteron. De enzymen vervangen de dubbele binding in de linker ring van testosteron door een enkelvoudige binding (zie Figuur 1). Het complex van dihydrotestosteron met de androgeenreceptor zorgt in de betreffende weefsels voor de androgene effecten zoals toename van de lichaamsbeharing, baardgroei en acne, en in een later stadium voor kaalheid en vergroting van de prostaat.
 Figuur 1
Als enzymen de methylgroep tussen de eerste en de tweede ring van testosteron verwijderen, ontstaan de
hormonen estron en estradiol (zie Figuur 1). Samen met progesteron zijn dat de belangrijkste vrouwelijke
geslachtshormonen. Ze zijn verantwoordelijk voor de karakteristieke vrouwelijke seksuele kenmerken.
Deze steroidhormonen vormen complexen met hun eigen receptoren, de estrogeenreceptor en de progesteronreceptor.
De complexen zorgen voor de ontwikkeling van de vagina, de uterus, de eileiders, de borsten en de toename
van het vetweefsel. Bovendien reguleren ze de menstruatiecyclus.
Omdat steroidhormonen belangrijke biologische functies regelen, hebben ze sinds hun ontdekking
grote belangstelling gewekt van de farmaceutische industrie. Die heeft veel steroidhormonen
gesynthetiseerd in een zoektocht naar verbindingen met meer activiteit en minder bijwerkingen.
De industrie heeft ook gezocht naar een anabool steroid dat gebruikers gewoon kunnen slikken,
met een uitgesproken werking en zonder vervelende androgene bijwerkingen.
Voor onderzoek van steroidhormonen en hun functie moeten wetenschappers van veel diciplines
samenwerken.
- Om te beginnen moeten analytisch chemici de stoffen in de natuur opsporen en hun chemische
structuur vaststellen. Synthetisch organici kunnen ook nieuwe stoffen in laboratoria synthetiseren.
- Organisch chemici zorgen er daarna voor dat grotere hoeveelheden van de steroïden
beschikbaar komen, door isolatie uit natuurlijke bronnen zoals slachtafval of planten, of door synthese
in een laboratorium. Dit laatste heeft als voordeel dat de onderzoekers ook varianten van het hormoon
kunnen maken en op hun eigenschappen kunnen testen.
- Als de grotere hoeveelheden van het steroidhormoon eenmaal beschikbaar zijn, kunnen
fysiologen de eigenschappen van het hormoon verder onderzoeken. Biochemici proberen de receptor te vinden
en het werkingsmechanisme te ontrafelen.
- Farmaceuten bestuderen de werking in het lichaam en zoeken naar een goede dosering en
toedieningsvorm (formulering).
- Fysiologen en endocrinologen onderzoeken de werking op weefsel- en orgaanniveau en brengen de
bijwerkingen in kaart.
- Tenslotte testen artsen het steroidhormoon op grote schaal uit. Na gunstige testresultaten en uitvoerig
toxicologisch onderzoek geeft de overheid het geneesmiddel vrij voor gebruik.
- Ondertussen hebben dan meestal organisch chemici en procestechnologen al een proces ontwikkeld om
het steroidhormoon op grotere schaal te produceren in een chemische fabriek. De pillen of injecties zijn
dan ook inderdaad beschikbaar als de overheid zijn toestemming heeft gegeven.
Het is duidelijk dat dit proces duur is en veel tijd kost.
Bij het ontwikkelen van nieuwe geneesmiddelen, ook van anabole steroïden, besteden chemici en
farmaceuten veel aandacht aan het optimaliseren van een juiste werking. Ze willen de gewenste effecten met
een zo klein mogelijke dosis van de stof bereiken, en de neveneffecten tot een minimum beperken. Om die
optimaal werkende stof te vinden maken en testen de onderzoekers vaak honderden varianten van een stof.
Uiteindelijk komen er maar enkele op de markt. De rest verdwijnt in de archieven van wetenschappers of
van farmaceutische bedrijven. Wetenschappelijke onderzoekers publiceren regelmatig over werkzame stoffen
in de literatuur. Daarin staat dan welke stoffen ze hebben gesynthetiseerd, welke daarvan de meest actieve
is en na verloop van tijd, als het patent verleend is, ook welke stof uiteindelijk op de markt is gekomen
en waarom. Vooral in de jaren vijftig, zestig en zeventig van de twintigste eeuw is veel onderzoek naar
steroïden gedaan.
Er is dus veel kennis opgebouwd en vastgelegd in de literatuur. Bedrijfjes putten uit die kennis
en gebruiken die voor hun eigen producten. Ze zoeken naar ooit gesynthetiseerde werkzame stoffen,
die om de één of andere reden nooit in de handel zijn gebracht. Door variaties aan te brengen
in bestaande stoffen hopen de bedrijfjes bovendien dat ze nieuwe anabolen vinden, die ondanks
de verandering toch hun werking grotendeels hebben behouden.
Kleine bedrijven en laboratoria hebben op deze manier de zogenaamde designeranabolen ontwikkeld
en op de markt gebracht. Ze hebben de uitvoerige medische tests voor nieuwe medicijnen echter meestal
niet uitgevoerd. Soms brengt de producent de stof vervolgens in de handel als voedingsupplement – en
adverteert vaak dat het nieuwe anabool wettelijk is toegestaan. Dat betekent meestal alleen dat de stof
(nog) niet op officiële dopinglijsten voorkomt. Het betekent zeker niet dat de stof onschadelijk is
of het gewenste anabole effect heeft. Beide eigenschappen zijn meestal nooit serieus onderzocht.
|