|
||
|
||
|
2 0 - 1 1 - 2 0 0 3 Waarom natuurtalenten in de krachtsport vaak een hoge bloeddruk hebben
Een paar jaar geleden publiceerden we een stukje over het ACE-gen, dat bepaalt of je aanleg hebt om spieren op te bouwen of niet. ACE kan niet geinjecteerd worden, grapten we toen. Dat kan nog steeds niet. Maar onderzoek naar het ACE-gen heeft duidelijk gemaakt dat natuurtalenten in de krachtsport hun bloeddruk in de gaten moeten houden. Dat blijkt uit een overzichtsartikel over RAS dat deze zomer verscheen in The International Journal of Biochemistry and Cell Biology.
Wat is RAS? RAS staat voor Renin-Angiotensin Systeem. Medici kennen RAS als een hormonaal systeem dat de bloeddruk verhoogt of verlaagt. Artikelen over RAS gingen tot voor kort over bloedvaten die vernauwden en daardoor de bloeddruk verhoogden. In de tweede helft van de jaren negentig hebben onderzoekers ontdekt dat het RAS-systeem ook in de spiercellen actief is.
Waaruit bestaat RAS? De hoofdrolspeler in RAS is het enzym ACE – voluit: angiotensin-converting enzyme. Zoals de naam al aangeeft verandert ACE het eiwit angiotensin van vorm. Het knipt een stukje van angiotensin I af en daardoor ontstaat angiotensin II. Tegelijkertijd maakt ACE het eiwit bradykinin onklaar. Angiotensin II doet de vaten samentrekken, bradykinin verwijdt ze.
Meer ACE, meer angiotensin II, minder bradykinin, hogere bloeddruk. Minder ACE, lagere bloeddruk. Artsen gebruiken ACE-remmers daarom om de bloeddruk te verlagen.
Hoe zit dat met die aanleg? Er zijn varianten van het gen dat ACE maakt. Er is een versie waar een stukje ontbreekt, die D heet (van deleted), en een versie die een stukje extra heeft, die I (van inserted) heet.
Heb je de D-variant, dan heb je veel van het ACE-enzym. Je hebt dus weinig van het vaatverwijdende bradykinin, veel van het vaatvernauwende angiotensin II en je hebt een hoge bloeddruk. En je hebt talent voor krachtsport, want je bouwt sneller spierweefsel op dan iemand met de I-variant. Succesvolle sprinters hebben vaak het D-gen, is gebleken uit genetische analyses van zwemmers. Andersom hebben veel sucesvolle duuratleten vaak het I-gen.
Het eigenlijke spieropbouwende werk gebeurt niet door ACE, maar door angiotensin II. Uit onderzoek naar muizen is gebleken dat die stof nodig is voor spiervergroting na training. Het mechanisme is nog niet duidelijk, maar het lijkt erop dat het eiwitje de groei van langzame spiervezels blokkeert waardoor de snelle vezels sneller gaan groeien. Angiotensin II stimuleert ook de ontwikkeling van stamcellen in de spier en de aanmaak van nor-adrenaline.
Hier horen we meer over. Vroeg of laat.
1. Jones A, Woods DR.
Skeletal muscle RAS and exercise performance.
Int J Biochem Cell Biol. 2003 Jun;35(6):855-66.
[PubMed]
|
|
|